Gelukt!

O jee! Het is weer gelukt hoor.
Al dagenlang hoorde ik een zacht gefluister in mijn hoofd. Vanavond zwol dat aan tot gedrein en nu?
Ja hoor! Een nieuw verhaalidee. En wat voor één. Een heftig, verdrietig verhaal. De titel is er één die mijn man onlangs bedacht, zonder dat ik dus een verhaalidee had.

Toch parkeer ik het nieuwe verhaal opzij om het een half jaar te laten mopperen en sudderen. Eerst moet ‘María’ af!

Advertenties

Beginfragment ‘María’

De kleurrijke spiegel van María Verda

‘Noa, ik wil dat je vannacht hier blijft.’
Ze weet het al voor ik het uitgesproken heb, ze mag nu niet weg. Gelukkig knikt ze. Tegelijk wilde ik dat ze nee had gezegd. Hoe moet het verder? Ik weet zelfs niet of de tinteling in mijn buik prettig voelt of storend.
‘Maar dan slaap ik wel bij jou.’
Wat zegt ze nou? Ik zoek naar de twinkeling in haar ogen, de lachplooi om haar mond.
‘In bed.’ Haar stem klinkt zacht, verleidelijk.
Ik wil dit niet, het gaat te snel! Verwachtingsvol kijkt ze naar mij, haar hand beweegt naar haar mond en ze stopt haar duimnagel tussen haar tanden.
‘Nee,’ zeg ik zo beslist mogelijk terwijl alles in mij ‘ja’ schreeuwt. ‘Nee. Dat mag niet, kan niet. Misschien later.’ Even slaat ze haar ogen neer, dan recht ze haar rug en glimlacht. De twinkels zijn terug en voor ik helemaal gesmolten ben, trek ik mijn harnas aan dat me beschermt tegen nog meer gevoelens.
Wat zou Max ervan vinden als zij en ik… Ik met een vrouw? Een meisje nog, met haar achttien jaar. Madre mía, wat is liefde ingewikkeld.
Noa aait over mijn haar. ‘Je bent schattig als je zo onzeker bent,’ zegt ze. ‘Het is goed, ik slaap wel in de logeerkamer.’
‘Nee.’ Mijn ademhaling scheit omhoog en blijft als een brok steken in mijn keel. Ik slik, en nog eens. ‘We slepen een matras naar mijn kamer en maken het daar op.’ Ik pers er een glimlach uit, half opgelucht om mijn eigen voorstel. De lach van haar kan ik niet duiden. Wat denkt ze van mij? Wat wil ze van mij? Wat voelt ze voor mij?
Over wat ik voel kan ik kort zijn: liefde. Puur, intens. Toch durf ik daar niet aan toe te geven, bang voor wat er gebeurt als ik die kraan openzet. Daarbij natuurlijk mijn buurman Max. Vanmorgen toen ik de deur uit ging glimlachte hij naar me en knikte. Ik zou hem uit mijn hoofd moeten zetten, maar dit soort kleine uitingen van liefde geven me kracht om te blijven geloven in hem, in ons.
Noa, wat kijkt ze onderzoekend naar mij. Had ik ergens op moeten reageren?
Pollo en Huevo, ze moeten eten voor ze op stok gaan. ‘Zo terug,’ mompel ik. Op haar vragende blik vul ik aan: ‘De kippen.’
Ze knikt.
Ik snuif mijn longen vol frisse lucht en strooi de granen in de kippenren. ‘Kom, chicas, je hok in.’ De meisjes vliegen de ren in en pikken van de graantjes alsof ze uitgehongerd zijn. Ik sluit het deurtje en kom overeind. Halverwege verstijf ik. Zacht gepraat in de tuin van de buren. Mijn oren hang ik over de muur in de hoop het gesprek te kunnen volgen. De woorden klinken bits, een enkele harde uithaal. De venijnige fluisterstem van Sophie sist wat harder dan de brommerige stem van Max. ‘Idioot!,’ versta ik, en ‘donderop naar…’
‘Ben je nou nog niet klaar?’
Noa. Verdomme! Nu heb ik cruciale woorden gemist. Ik geef geen antwoord en ga achter haar aan naar binnen.
Wat zou er bij Max en Sophie aan de hand zijn? Zou hij vreemdgegaan zijn? Dan moet ik naar lucht happen en een stoot adrenaline jaagt het bloed door mijn aderen. Ze heeft het ontdekt! Ze heeft zijn liefde voor mij ontdekt. Noa moet weg. Naar huis. Grote kans dat Max straks aanbelt op zoek naar troost en warmte. Stel je voor dat hij Noa en mij dan op één kamer, of erger nog… Nee, Noa moet nu naar huis. Het logeerpartijtje doen we wel een andere keer. Of niet.
‘Noa?’ zeg ik liefjes, maar ik hoor de spanning in mijn stem. ‘Noa, ik, ehm. Je moet naar huis. Ik kan het niet.’
Met grote ogen kijkt ze me aan en trekt die verdomde wenkbrauw weer op. Alles wat zo-even nog charmant aan haar was, aantrekkelijk, sexy zelfs, is nu een grote irritatiefactor. Haar ogen om in te verdrinken zijn veranderd in een modderpoel, haar glimlach waar ik kriebels van in mijn buik kreeg, zorgt nu voor jeuk, alsof een bende rode mieren over mijn lichaam dendert. Ga weg, ga weg! Ik probeer te blijven lachen en kijk omlaag om te voorkomen dat ze binnenkomt met die modderpoelen.
‘María? Kom ik te dichtbij?’
Ik knik. Wat moet ik anders? Als ik mijn gevoel een stem gaf, zou ik haar alleen maar bot afwijzen en dat heeft ze niet verdiend.
‘Lieverdje toch.’
Lachwekkend zoals zij me lieverdje noemt, ik ben bijna vijfentwintig jaar ouder!
Wat doet ze nu? Ze komt op me af. Donder op, wil ik roepen. In plaats daarvan laat ik me tegen haar aandrukken. Ze ruikt kruidig, mijn benen worden slap en mijn hart gaat wild tekeer. Misschien zijn personages uit bouquetreeksen realistischer dan ik dacht.
Max. Ik wil Max, dus Noa moet weg. Ik blijf die woorden herhalen om mezelf helemaal te overtuigen. Mocht hij vanavond niet bij mij aanbellen, dan mag Noa weer komen. Graag zelfs. Mijn hele lichaam geeft verlangen aan. Verlangen naar warmte, naar liefde. Van haar. Of Max. Ik zucht, terwijl zij me zacht heen en weer wiegt. Gecompliceerd. Dat is het synoniem voor liefde. Niet voor niks dat ik op mijn tweeënveertigste nog maagd ben.
Ze drukt een kus op mijn wang, knijpt zacht in mijn bovenarm en loopt de kamer uit, om binnen seconden mijn huis te verlaten, maar niet mijn leven. Hoop ik.
‘Zie ik je snel weer?’ roep ik tegen haar rug.
Ze draait zich om. ‘Wanneer jij er aan toe bent, María.’
‘Morgen!’ Mijn stem klinkt paniekerig en dat was niet de bedoeling. Kalme María, afwachtend en zonder stress. Waar is die vrouw gebleven?
Met Noa’s onpeilbare glimlach op mijn netvlies dwalen mijn gedachten af naar drie weken geleden, vlak voor onze eerste ontmoeting. Ik was gelukkig. Mijn leven was misschien saai, maar overzichtelijk met mijn werk, mijn kippetjes, mijn huis en Max.

De titel

Nog één of twee A4-tjes en het verhaal van María staat. Ten minste, de eerste versie. Daarna begint het echte werk en het kost vast nog erg veel tijd om het verhaal grondig te herschrijven.

Terwijl ik mijn gedachten liet gaan over de omslag van het boek (ja, ik loop graag op de feiten vooruit), kwam mijn man – die ook de titel ‘Zinloze vrouw’ heeft bedacht – met een geweldige titel:

Spiegel

 

Meer over María

Tussen de bedrijven door vind ik af en toe tijd om verder te schrijven aan María. Eindelijk, na ruim 30.000 woorden (120 boekpagina’s) weet ik hoe het verhaal in elkaar steekt. Nu nog uitpuzzelen hoe ik dat overbreng aan de lezers. Geen gemakkelijke klus, wel een leuke.
María is geen heftig, zwaar verhaal, zoals Zinloze vrouw. Wel is het weer een levensverhaal en neem ik je mee in het hoofd van María. De lezer wordt zeker weer aan het denken gezet.

María is tweeënveertig jaar, nog maagd, werkzaam als docent Spaans aan de universiteit. Als ze Noa – een leerling – beter leert kennen, maakt ze voor het eerst kennis met echte liefde in al haar facetten. De kleurrijke, prettig gestoorde Noa, Max – een buurman door wie María geobsedeerd is -, een man uit het verleden en haar roots in Bolivia geven haar leven steeds meer kleur. Vanuit het perspectief van María zien we hoe langzaam haar ietwat saaie, maar ordelijke wereldje verandert.

Fragment: ontmoeting met Noa

Om tien over acht liep ze mijn woonkamer binnen. Correctie: dwarrelde ze mijn woonkamer binnen. Haar sjaal in alle kleuren van de regenboog slierde achter haar aan, maar haar stralende lach deed alle kleuren in de wijde omtrek verbleken. Mijn mond klapte weer dicht en ik perste er een – naar ik hoopte- beleefde glimlach uit en stak mijn hand uit. Die negeerde ze. Ze drukte zich kort tegen mij aan. Lelietjes van dalen. Of waren het viooltjes?
‘Wat woon je leuk. Zullen we meteen beginnen?’ Ze nam het heft in handen en voor ik klaar was met twijfelen of ik dat prettig vond of niet, had zij al voor ons beiden een glas water ingeschonken en zat aan tafel, tas voor haar neus, mij afwachtend aan te kijken. Noa. Godin van kleur, geur. Die glimlach… Tintelingen strekten zich uit van mijn buik naar de rest van mijn lijf. Wat gebeurde er toch met me?

Schrijven vs schrijven

Ik ben dol op schrijven. Logisch, anders was ik geen schrijver geworden. Toch zijn er momenten dat ik vloekend en tierend, zuchtend en mokkend achter mijn computer zit. Dat is op momenten dat een scène niet wil, personages dwars zijn of – en dat is vooral de laatste tijd natuurlijk – als ik lastige stukken moet schrijven als een flaptekst, dankwoord, persbericht, korte biografie over mezelf, stukjes voor op mijn website. Dat soort zaken zijn zeg maar niet mijn ding (ja, foute uitdrukking die ik juist daarom regelmatig gebruik 😉 ).
Goed, op het persbericht na ben ik met bovenstaande hersenbrekers klaar, dus ik mocht van mezelf even los vanmorgen. Ik haalde ‘Esmee’ weer eens tevoorschijn en boog me over een heerlijke scène waarin Esmee zich volop van haar slechte kant laat zien. Ik moet zeggen: dat gaat me een stuk makkelijker af. Schrijven werd weer leuk, ík stuiterde door het huis, i.p.v. het meubilair. Misschien ga ik er morgen nog maar even mee verder, voordat ik het persbericht van ‘Zinloze vrouw’ bezoedel met stukken misdadige tekst. 😉

Update ‘zelluf doen’

Nog maar een week geleden kreeg ik de laatste afwijzing van Zinloze vrouw. Wat is er al veel gebeurd in die korte tijd! Mijn broer zou het verhaal lezen als beloning voor het testen van de e-pub-versie. Maar wat deed die lieverd? Hij haalde er de laatste stomme foutjes uit! Vergeten letters, overbodige letters, hij liet mij opnieuw nadenken over enkele stukjes en nog zo wat.

Ik kwam online vier perfecte platen tegen om als omslagafbeelding te gebruiken. Uiteindelijk heb ik die terug weten te brengen tot twee favorieten. Voor een daarvan ging gisteren een mail de deur uit om te vragen aan de maker of ik de afbeelding mag gebruiken. Ik kan vast verklappen dat het geen stockfoto is en geen tekening. Duimen draaien en wordt vervolgd.

Het schrijven van een flaptekst. Argh! Ik blijf het een ramp vinden. Nog erger is dat er ook een stukje over mezelf op moet. Na een halve week worstelen heb ik twee proeflezers om hulp gevraagd. Ik hoop dat zij me een duwtje in de juiste richting kunnen geven.

Ondertussen schrijf ik het dankwoord, ben ik bezig met de opmaak en heb ik een goede on demand-uitgever gevonden. Mijn vragen werden meteen en naar volle tevredenheid beantwoord. Fijn!

Ik zal uiteraard af en toe bloggen over de voortgang van dit uitgeefproces, maar wil je alle updates direct lezen, like dan mijn nieuwe facebookpagina.

Met frisse blik?

Sommige schrijvers zweren erbij hun verhalen een (hele) poos te laten liggen, om er later met een frisse blik naar te kunnen kijken. Een poosje kan ook voor mij inderdaad goed werken, maar dan praat ik over één, hooguit twee weken. Niet drie maanden, zoals nu (noodgedwongen) bij María. Dat werkt dus totaal niet. Dan is mijn blik op het verhaal niet fris, maar vertroebeld. Met ontzettend veel moeite en nog meer doorzettingsvermogen kom ik weer een beetje in het verhaal.

Ik moet al mijn schrijftips uit de kast halen om de personages weer te zien, te voelen, te horen. Stukken hardop teruglezen, de bio’s van alle personages doornemen en waar nodig aanvullen. In gesprek gaan met de personages, over het verhaal, maar ook over dagelijkse dingen, zodat ik ze nog beter leer kennen. Elke dag – al is het maar heel even – bezig zijn met het manuscript. Eigenlijk komt het er op neer dat een deel van mij bestaat uit het verhaal en de personages. Of ik nou met de kinderen bezig ben, eten kook, boodschappen doe, douche, of op de fiets zit… María, Noa, Max, Miguel en de bijpersonages zijn bij me, in me. Ik moet alert zijn omdat ze ineens iets kunnen zeggen dat van groot belang is.

Gisteravond (ja, ja, onder de douche) was het voor het eerst na een week dat ik een stukje verder kwam. Dat wil zeggen: er werden wat knelpunten duidelijk, nu moet ik die nog zien op te lossen. Had ik ergens al geschreven dat schrijven ook puzzelen is? Ik weet nu wat ik wil, maar niet hoe. Totaal geen idee hoe ik een belangrijk punt aan moet pakken. Behalve puzzelen is schrijven dus ook worstelen. Maar schrijven is ook leuk! Het is creëren, boetseren, ontdekken, de diepte ingaan, en heel hard juichen als je na lang zoeken, wikken en wegen de oplossing hebt voor een struikelpunt(je). Dan zoef je met energie voor tien vooruit.