Controverse

Naast zes lovende recensies (en een berg mooie reacties van lezers) kreeg Zinloze vrouw ook twee minder positieve recensies. ‘Daar leer je van,’ was een veel gehoorde kreet. Ik mokte maar wat en dacht er stilletjes het mijne van. Ik sta voor 100% achter het verhaal en zou het nu niet anders geschreven hebben. Inhoudelijk, tenminste, want op zinsniveau leer ik verder en kan het altijd beter. Maar de kritiek ging steeds over de inhoud. En zeg nou zelf, het is niet leuk om te horen dat je hoofdpersoon – die worstelt met een levensgroot trauma – eindeloos aan het jammeren is. Het is niet fijn om te horen dat een lezer niet geraakt wordt door een personages waar je je ziel en zaligheid in hebt gelegd. Dat doet best een beetje pijn.

Toch heb ik er inderdaad wel van geleerd. Namelijk dat kritiek op de inhoud van een boek zo subjectief is als wat. En dat een slechte recensie niet betekent dat mijn boek slechter verkoopt. Integendeel. Juist die controverse zorgt ervoor dat het boek aantrekkelijker wordt voor lezers. Er is blijkbaar iets mee. Het is niet ‘mainstream’. Men heeft er een mening over. Bij elke recensie (positief en negatief, dus) merk ik dan ook een stijging van de verkoop.

Verder waren de recensies een bevestiging van wat ik al dacht: ik heb een goed verhaal geschreven en juist omdat ik niet 13-in-een-dozijn schrijf zal een deel van de lezers het interessant/mooi/goed vinden, een ander deel zal het te zwaar/somber/gezeur vinden.

Boven mijn werkplek hangen schrijfregels van Kurt Vonnegut. Ik sluit dit blogje af met mijn absolute stelregel:

“Write to please just one person. If you open a window and make love to the world, so to speak, your story will get pneumonia.”

De titel

Nog één of twee A4-tjes en het verhaal van María staat. Ten minste, de eerste versie. Daarna begint het echte werk en het kost vast nog erg veel tijd om het verhaal grondig te herschrijven.

Terwijl ik mijn gedachten liet gaan over de omslag van het boek (ja, ik loop graag op de feiten vooruit), kwam mijn man – die ook de titel ‘Zinloze vrouw’ heeft bedacht – met een geweldige titel:

Spiegel

 

Meer over María

Tussen de bedrijven door vind ik af en toe tijd om verder te schrijven aan María. Eindelijk, na ruim 30.000 woorden (120 boekpagina’s) weet ik hoe het verhaal in elkaar steekt. Nu nog uitpuzzelen hoe ik dat overbreng aan de lezers. Geen gemakkelijke klus, wel een leuke.
María is geen heftig, zwaar verhaal, zoals Zinloze vrouw. Wel is het weer een levensverhaal en neem ik je mee in het hoofd van María. De lezer wordt zeker weer aan het denken gezet.

María is tweeënveertig jaar, nog maagd, werkzaam als docent Spaans aan de universiteit. Als ze Noa – een leerling – beter leert kennen, maakt ze voor het eerst kennis met echte liefde in al haar facetten. De kleurrijke, prettig gestoorde Noa, Max – een buurman door wie María geobsedeerd is -, een man uit het verleden en haar roots in Bolivia geven haar leven steeds meer kleur. Vanuit het perspectief van María zien we hoe langzaam haar ietwat saaie, maar ordelijke wereldje verandert.

Fragment: ontmoeting met Noa

Om tien over acht liep ze mijn woonkamer binnen. Correctie: dwarrelde ze mijn woonkamer binnen. Haar sjaal in alle kleuren van de regenboog slierde achter haar aan, maar haar stralende lach deed alle kleuren in de wijde omtrek verbleken. Mijn mond klapte weer dicht en ik perste er een – naar ik hoopte- beleefde glimlach uit en stak mijn hand uit. Die negeerde ze. Ze drukte zich kort tegen mij aan. Lelietjes van dalen. Of waren het viooltjes?
‘Wat woon je leuk. Zullen we meteen beginnen?’ Ze nam het heft in handen en voor ik klaar was met twijfelen of ik dat prettig vond of niet, had zij al voor ons beiden een glas water ingeschonken en zat aan tafel, tas voor haar neus, mij afwachtend aan te kijken. Noa. Godin van kleur, geur. Die glimlach… Tintelingen strekten zich uit van mijn buik naar de rest van mijn lijf. Wat gebeurde er toch met me?

Schrijven vs schrijven

Ik ben dol op schrijven. Logisch, anders was ik geen schrijver geworden. Toch zijn er momenten dat ik vloekend en tierend, zuchtend en mokkend achter mijn computer zit. Dat is op momenten dat een scène niet wil, personages dwars zijn of – en dat is vooral de laatste tijd natuurlijk – als ik lastige stukken moet schrijven als een flaptekst, dankwoord, persbericht, korte biografie over mezelf, stukjes voor op mijn website. Dat soort zaken zijn zeg maar niet mijn ding (ja, foute uitdrukking die ik juist daarom regelmatig gebruik 😉 ).
Goed, op het persbericht na ben ik met bovenstaande hersenbrekers klaar, dus ik mocht van mezelf even los vanmorgen. Ik haalde ‘Esmee’ weer eens tevoorschijn en boog me over een heerlijke scène waarin Esmee zich volop van haar slechte kant laat zien. Ik moet zeggen: dat gaat me een stuk makkelijker af. Schrijven werd weer leuk, ík stuiterde door het huis, i.p.v. het meubilair. Misschien ga ik er morgen nog maar even mee verder, voordat ik het persbericht van ‘Zinloze vrouw’ bezoedel met stukken misdadige tekst. 😉

Update ‘zelluf doen’

Nog maar een week geleden kreeg ik de laatste afwijzing van Zinloze vrouw. Wat is er al veel gebeurd in die korte tijd! Mijn broer zou het verhaal lezen als beloning voor het testen van de e-pub-versie. Maar wat deed die lieverd? Hij haalde er de laatste stomme foutjes uit! Vergeten letters, overbodige letters, hij liet mij opnieuw nadenken over enkele stukjes en nog zo wat.

Ik kwam online vier perfecte platen tegen om als omslagafbeelding te gebruiken. Uiteindelijk heb ik die terug weten te brengen tot twee favorieten. Voor een daarvan ging gisteren een mail de deur uit om te vragen aan de maker of ik de afbeelding mag gebruiken. Ik kan vast verklappen dat het geen stockfoto is en geen tekening. Duimen draaien en wordt vervolgd.

Het schrijven van een flaptekst. Argh! Ik blijf het een ramp vinden. Nog erger is dat er ook een stukje over mezelf op moet. Na een halve week worstelen heb ik twee proeflezers om hulp gevraagd. Ik hoop dat zij me een duwtje in de juiste richting kunnen geven.

Ondertussen schrijf ik het dankwoord, ben ik bezig met de opmaak en heb ik een goede on demand-uitgever gevonden. Mijn vragen werden meteen en naar volle tevredenheid beantwoord. Fijn!

Ik zal uiteraard af en toe bloggen over de voortgang van dit uitgeefproces, maar wil je alle updates direct lezen, like dan mijn nieuwe facebookpagina.

Met frisse blik?

Sommige schrijvers zweren erbij hun verhalen een (hele) poos te laten liggen, om er later met een frisse blik naar te kunnen kijken. Een poosje kan ook voor mij inderdaad goed werken, maar dan praat ik over één, hooguit twee weken. Niet drie maanden, zoals nu (noodgedwongen) bij María. Dat werkt dus totaal niet. Dan is mijn blik op het verhaal niet fris, maar vertroebeld. Met ontzettend veel moeite en nog meer doorzettingsvermogen kom ik weer een beetje in het verhaal.

Ik moet al mijn schrijftips uit de kast halen om de personages weer te zien, te voelen, te horen. Stukken hardop teruglezen, de bio’s van alle personages doornemen en waar nodig aanvullen. In gesprek gaan met de personages, over het verhaal, maar ook over dagelijkse dingen, zodat ik ze nog beter leer kennen. Elke dag – al is het maar heel even – bezig zijn met het manuscript. Eigenlijk komt het er op neer dat een deel van mij bestaat uit het verhaal en de personages. Of ik nou met de kinderen bezig ben, eten kook, boodschappen doe, douche, of op de fiets zit… María, Noa, Max, Miguel en de bijpersonages zijn bij me, in me. Ik moet alert zijn omdat ze ineens iets kunnen zeggen dat van groot belang is.

Gisteravond (ja, ja, onder de douche) was het voor het eerst na een week dat ik een stukje verder kwam. Dat wil zeggen: er werden wat knelpunten duidelijk, nu moet ik die nog zien op te lossen. Had ik ergens al geschreven dat schrijven ook puzzelen is? Ik weet nu wat ik wil, maar niet hoe. Totaal geen idee hoe ik een belangrijk punt aan moet pakken. Behalve puzzelen is schrijven dus ook worstelen. Maar schrijven is ook leuk! Het is creëren, boetseren, ontdekken, de diepte ingaan, en heel hard juichen als je na lang zoeken, wikken en wegen de oplossing hebt voor een struikelpunt(je). Dan zoef je met energie voor tien vooruit.

Schrijftips

Een blogje met schrijftips, net als deze (klik).
Waarom? Nou, omdat ik zelf weer eens niet verder kwam met mijn verhaal en veel aan mijn eigen tips had.

De reden dat het even niet wilde met schrijven, was vanwege een vervelend drukke anderhalve week. Toen ik dit weekend eindelijk mijn verhaal weer open kon trekken, schreef ik ontzettend beroerd, heel traag, maar ik schreef! En het duurde slechts 400 woorden voor ik weer helemaal in het verhaal zat.
Dat het daarna weer ‘stroomde’ komt o.a. omdat ik ook in de drukke tijd contact bleef houden met mijn personages. Regelmatig hadden we ‘gesprekken’, niet altijd even relevant voor het verhaal dat ik schrijf, maar daardoor leerde ik de personages wel nog beter kennen.

Tip 1: blijf in contact met je personages. Voer gesprekken met ze, houd eventueel een dagboek bij uit naam van je karakter(s), klets over banale, dagelijkse dingen en praat over diepgravende zieleroerselen.

Tip 2: laat je verhaal nooit helemaal los. Sluit af en toe even je ogen en stel je voor dat je middenin ene bepaalde scène van je verhaal staat. Bij voorkeur een scène die nog niet zo heel goed loopt. Ruik, voel, proef en kijk om je heen. Ervaar wat je personage ervaart.

Tip 3: praat met anderen over je verhaal. Ik weet dat dat niet voor iedereen goed werkt, maar mij helpt het om onduidelijkheden helder te krijgen en om me nog beter in te leven. Soms blijkt iets in mijn hoofd zo helder, zo logisch te zijn, maar totaal niet over te komen. Vertel er wel bij dat je over fictie aan het praten bent, want mijn man vraagt zich regelmatig af over wie ik het nú weer heb, tot blijkt dat ik het over een personage uit mijn manuscript had.
Heb je geen welwillend slachtoffer, praat dan hardop tegen jezelf over het verhaal, zo hoor je zelf al de grootste struikelpunten.

Tip 4: blijf schrijven. Boodschappenlijstjes, liefdesbrieven, tussendoorverhalen, uitwerking van personages/omgeving/verhaallijn. Maakt niet veel uit wat, maar schrijf! Op slechte dagen schrijf ik soms maar drie woorden aan mijn manuscript, maar dan ben ik er wel even mee bezig geweest.

Tip 5: geef de moed niet op! Als je bezig blijft met je verhaal en erin gelooft (ja, ja, klinkt vaag, zweverig zelfs), er niet voor wegloopt, komt er echt wel weer een schrijfflow. En iedereen weet natuurlijk: de uitdrukking dat een goed boek zichzelf schrijft is absoluut dikke onzin! Schrijven is leuk, maar heel hard werken.

Drie jaar!

Gisteren zuchtte ik onder een afwijzing van een (vrij grote) uitgeverij. Eigenlijk was die afwijzing heel erg mooi, dit stond er namelijk o.a. in:

… ik moet u helaas vertellen dat het niet in aanmerking komt voor uitgave in ons fonds. Dit ligt niet aan de schrijfstijl; het is best goed geschreven, het leest prettig en je kunt merken dat u ervaring met en gevoel heeft voor het schrijven. Als lezer ga ja al snel mee in de belevingswereld van Kim.
Het wisselende perspectief werkt ook prima en geeft bovendien vaart en spanning.

Toch was het wel even slikken: de zoveelste afwijzing dit jaar. De zoveelste keer dat een uitgever zegt dat ik goed schrijf, het verhaal interessant is, maar niet past binnen het fonds vanwege te heftig of commercieel niet aantrekkelijk.

Ho! Stop! Ja, ik mag best even slikken – vind ik zelf – maar eigenlijk heb ik weinig reden tot klagen. Deze maand vier ik dat ik drie jaar schrijf. Nee, ik ben niet een schrijver die het al van jongs af aan in zich had. Of misschien had ik het wel in me, maar het kwam er niet uit.
Drie jaar ben ik serieus en hard aan het werk. Maar wel middenin de huiskamer, tussen spelende, pratende, dansende, zingende kinderen en tussen de noodzakelijke huishoudelijke taken door en moet je eens kijken wat ik in die korte tijd voor elkaar heb gekregen:
Een aantal kleine publicaties, mooie korte verhalen geschreven (lees bijvoorbeeld ‘Stranden‘), een kinderboek gepubliceerd en mijn tweede boek (jeugdboek) ‘Perspectief’ komt eraan (de eindredactie is klaar, de cover en achterflap worden gemaakt).
Daarnaast krijg ik niet alleen van lezers mooie, vaak ontroerende reacties, maar ook van uitgevers. Waar veel schrijvers het moeten doen met een standaard afwijzing, heb ik een indrukwekkende verzameling goed onderbouwde afwijzingen, hebben redacteuren mijn manuscripten écht gelezen en de moeite genomen daarop te reageren.

Drie jaar ben ik nog maar bezig. En al wisselen jubels en scheldwoorden elkaar af (misschien wel in het voordeel van de scheldwoorden) en al is het vaker een geworstel dan dat het vanzelf gaat: het is heerlijk om personages te leren kennen, te doorgronden, een nieuw verhaal te bedenken, de grove lijn neer te zetten, te schrappen en schaven, prutsen om de zinnen en woorden precies goed te krijgen.
Soms word ik wat ongeduldig omdat ik ook graag wil dat de wereld mijn verhalen leest, maar als ik dit zo eens op een rijtje zet besef ik weer: ik ga goed zo en ik ga snel! Ik eet er vandaag maar een gebakje op en vier dat ik al drie jaar het mooiste werk van de wereld heb!

Een schrijver…

… zit achter zijn/haar bureau (het liefst op een zolderkamertje) en schrijft. Toch?
Nou, nee, en ik kan niet eens zeggen: was dat maar waar (saai!).
Schrijven is vandaag bijvoorbeeld: puzzelen, eindeloos uit het raam staren terwijl ik hard aan het nadenken ben, personages nog beter doorgronden, schema’s maken en achter de werkelijke gebeurtenissen van het verhaal zien te komen.

Zoals ik eerder al schreef vertellen mijn personages de verhalen. Het probleem met ‘María‘ is dat alleen zíj het verhaal vertelt en zij is alles behalve objectief. De andere personage, Noa, is wat dat betreft betrouwbaarder, maar kent de derde personage (Max) niet. Nu kan ik hem ondervragen, maar hij heeft niet zoveel belang bij de waarheid. Denk ik, tenminste, want de waarheid ken ik zelf dus ook niet helemaal.

Kunnen jullie het nog volgen? 😉

Ik duik weer onder op mijn denkbeeldige zolderkamer en ga de stofnesten maar eens weghalen in de hoop op een helder inzicht.

Zelfbevrediging

Eerder durfde ik het niet toe te geven, want eerlijk? Het voelde een beetje als zelfbevrediging en daar praat je toch ook niet open over op twitter, een blog of facebook? Ik in elk geval niet. Maar gisteren bij het doorlezen van ‘María’ overviel het me weer, een gevoel van enorme tevredenheid. Heb ik dat geschreven? Wauw! Dat is eigenlijk best wel goed! Natuurlijk het is een eerste versie en ik ben er nog láááng niet, maar voor een eerste versie is het top en tien herschrijfrondes gaan echt niet nodig zijn.
Sinds ik mijn eigen schrijfstijl heb ontdekt, merk ik ook dat ik mijn verhalen beter kan inschatten. Zo weet ik dat ‘Marein‘ een leuk verhaal is, maar te plotgericht, te weinig vanuit de personages (niet erg, maar niet mijn sterke kant en daardoor komt het verhaal niet goed uit de verf). In ‘Esmee’ zitten goede stukken, maar het is nog wat te oppervlakkig en vooral het zo belangrijke begin sleept je niet het verhaal in. ‘Stranden‘ is gewoon een echt goed kort verhaal, vol vaart, met een onverwachte wending en dat in 800 woorden. ‘Zinloze vrouw’ is mijn lievelingskindje. Goed geschreven, het personage compleet binnenstebuiten gekeerd. En dan nu ‘María‘. Zij is in staat de plek van ‘Zinloze vrouw’ in te nemen. Het voelt nog wat onwennig en arrogant om van mijn eigen manuscript te zeggen dat het goed is, maar tot nu toe bleken mijn inschattingen over verhalen overeen te komen met proeflezers die ik hoog heb zitten, waarvan ik weet dat ze eerlijk en streng zijn. Proeflezers die verstand van het schrijversvak hebben.
Bij mijn goede verhalen heb ik trouwens enorm veel terughoudendheid om ze te laten lezen. Ik moet echt een grote drempel over. Misschien omdat het ook meer pijn doet als ik er kritiek op krijg. Want hoe zeker ik nu van María ben, hoe vaak ik ook gemerkt heb dat ik mijn verhaal heel juist op waarde weet te schatten. Er moet ongetwijfeld nog aan bijgeschaafd worden. Even ongetwijfeld vindt niet iedereen mijn schrijfstijl mooi, mijn verhalen interessant. Maar goed, er staan net 7000 woorden van María (waarschijnlijk weer een novelle), dus ik heb nog een hele tijd om aan het idee van proeflezers te wennen. 😉 Het is in elk geval een goede keuze geweest om met dit verhaal verder te gaan.