De titel

Nog één of twee A4-tjes en het verhaal van María staat. Ten minste, de eerste versie. Daarna begint het echte werk en het kost vast nog erg veel tijd om het verhaal grondig te herschrijven.

Terwijl ik mijn gedachten liet gaan over de omslag van het boek (ja, ik loop graag op de feiten vooruit), kwam mijn man – die ook de titel ‘Zinloze vrouw’ heeft bedacht – met een geweldige titel:

Spiegel

 

Af!

AF! En dit keer echt. ‘Zinloze vrouw’ heeft er tijdens de laatste grote herschrijfronde bijna 10.000 woorden (ong. 35 boekbladzijden) en twee (bij)personages bij gekregen. De feiten zijn geverifieerd, onlogische stukken zijn een stuk logischer, maar het verhaal is inhoudelijk niet veranderd. Het is nog steeds een heftig, maar mooi verhaal. Vind ik. Hopelijk de uitgever – waar het manuscript nu lig – ook.

Ik zocht naar een fragment om hier neer te zetten, maar dat is zo lastig. Ik wil alles wel laten lezen en tegelijk niet te veel prijsgeven. Als je toch nieuwsgierig bent, klik dan door naar dit blogje waar ik eerder twee fragmenten uit ‘Zinloze vrouw’ neerzette.

De schrijver is druk

Deze schrijver heeft een hoofd vol nieuwe toekomstplannen. Deze schrijver gaat namelijk met haar gezin emigreren. Nog niet direct, de voorbereidingen zijn pas net begonnen, maar juist omdat er nog zo ontzettend veel uitgezocht moet worden, komen mijn verhalen een beetje in de verdrukking.
Hier schrijf ik natuurlijk gewoon over mijn schrijfwerk, dus wie mijn emigratieplannen wil volgen, is van harte uitgenodigd op dit blog: MarIJsland.

De meeste twitteraars en facebookers weten inmiddels wel dat ik bezig ben met opnieuw een herschrijving van Zinloze vrouw.
Het is dus niet ‘af, af, af,’ zoals ik eerder dacht. Sterker nog: ik wist niet dat ik nog zo veel uit het verhaal kon halen. Ik heb twee personages toegevoegd, de bestaande personages nog iets meer een leven gegeven en feiten geverifieerd en waar nodig verbeterd. Ik zit nu in de fase van de rode pen. In het uitgeprinte manuscript ben ik alle stomme fouten eruit aan het halen. Soms staan er stukken op plekken waarvan ik me écht afvraag wat me bezielde toen ik het (daar) schreef. Maar er staan ook stukken in waarvan ik denk: wauw! Heb ík dat geschreven? Best gaaf!
Hierna moet ik de verbeteringen in het document op de computer invoeren, ik denk nog wat tussenstukjes schrijven (zitten al in mijn hoofd) en dan kan ik opnieuw jubelen: het is af, af, af!

Blokkade geblokkeerd

En telkens weer blijkt dat de enige manier om echt uit mij schrijfdip (tips bij schrijfdip) te komen, gewoon hard werken is.

Gisterochtend nog had ik last van een dwingend leeg vel dat me aanstaarde, met een irritant knipperende cursor. Ik kon alleen maar terugstaren. Ondanks dat ik precies wist wat me te doen stond, kreeg ik geen letter uit mijn toetsenbord. Overdonderd door faalangst vroeg ik me af waarom ik zo graag schrijver wilde zijn, waarom ik in vredesnaam dacht dat wel te kunnen en wat ik in godsnaam met dit verhaal aan moest. Een paar uur later (na bemoedigende woorden op twitter en facebook en na enkele tranen van mij en oppeppende woorden van mijn lief) stroomden de woorden eruit. Een dag later ben ik 2500 woorden (tien boekbladzijden) verder, heb ik flink wat research gedaan en nog meer plannen voor het verbeteren van dit manuscript. Het wordt nog een paar weken flink hard werken, maar het vertrouwen dat er daarna een goed verhaal staat, groeit. Manlief had gelijk: ik kan het!

Goed. Ik vind dat ik de afgelopen weken genoeg dips gehad heb, ik trap er nu niet meer in. Gewoon hoofd leegmaken, focus bij de personages en gaan!
Note to my children: vanavond zal ik wél op tijd het eten klaar hebben.

Herschrijven Esmee

Een paar maanden geleden was de eerste versie van ‘Esmee’ af. Holadiée, joechei, victoria! Maar het was natuurlijk slechts de eerste versie (nog een stuk of tien te gaan… Alhoewel, dit keer misschien wat minder). Ik besloot ‘Esmee’ te laten liggen tot na de zomervakantie en daarna met frisse, heldere blik aan de eerste herschrijfronde te beginnen. Ondertussen kon ik dan een groot deel van de eerste versie van ‘Droog’ neerzetten. Zo geschiedde. De eerste 23830 woorden van ‘Droog‘ staan! Het verloop van het verhaal ken ik, de personages gaan meer en meer leven. Ik weet wat ik anders moet aanpakken. Ik ben tevreden.

Morgen is de zomervakantie voorbij en dan gaat het grote werk aan ‘Esmee’ beginnen.
Herschrijven is in sommige opzichten makkelijker dan de eerste versie (je kent het verhaal, de personages, de ontwikkelingen) en in andere opzichten een stuk lastiger. Het begint er voor mij mee met het op een rijtje zetten van de feedbackpunten die ik kreeg van een superproeflezer. Ik moet een aantal personages nog iets verder uitwerken, bekijken welke stukken naar voren gehaald moeten worden, of juist opzij geschoven. Wat kan er geschrapt, waar moet ik juist nog wat uitbreiden. Wat moet ik anders schrijven. Heb ik de juiste woorden gebruikt? Komen de stukken over zoals ik ze bedoeld heb?

Mijn absolute topmanuscript is nog steeds ‘Zinloze vrouw’. Hoe leuk ik mijn andere verhalen ook vind, hoe tevreden ik over andere manuscripten ook ben, ‘Zinloze vrouw’ is het helemaal! En natuurlijk moet ‘Esmee’ dat manuscript gaan overtreffen. Hoewel er al zeker hele goede stukken in zitten, moet de rest opgekrikt worden naar een hoger niveau. Dat wordt hard werken. Het zal me bloed, zweet en tranen kosten. Er zullen de nodige scheldwoorden door de kamer vliegen. Ik zal tegen opgeven aan komen te zitten. Toch heb ik er veel zin in!

In de weekends blijf ik trouwens ‘Marein’ herschrijven, want dat manuscript is nu bijna af! Bijna publicabel. Nieuwsgierig naar hoofdstuk één van dat verhaal? Klikkerdeklik.

Zo, en nu eerst opzoek naar het opschrijfboekje dat ik speciaal voor de herschrijving van ‘Esmee’ gereserveerd heb.

Afwijzingen

Vooropgesteld: een afwijzing van een uitgever voor een manuscript waar je knoerthard aan gewerkt hebt, is nooit leuk. Soms slik ik een keer en ga ik vrolijk en nog harder aan het werk. Soms baal ik zo dat ik best even van slag ben. Al komt dat laatste steeds minder vaak voor.

Toch ben ik erg blij met aan aantal afwijzingen van uitgeverijen.
Deze zinnen geven me namelijk wel een boost:

  • Het was ons meteen duidelijk dat je kunt goed schrijven!
  • Ik ben er echt van overtuigd dat je snel een andere uitgever vindt die je talent ook herkent en bij wie je verhaal wel in het fonds past.
  • Het is een aangrijpend en goed geschreven verhaal.
  • Je schrijft goed, het verhaal is sterk, aangrijpend, maar commercieel niet interessant voor ons.
  • Voor ons staat buiten kijf dat je absoluut goed schrijft.

Goed, ik heb dus weer een afwijzing binnen, van Marein/Grenzeloos dit keer. Eentje met een goede onderbouwing, met tips waarmee ik verder kan en met de laatste van bovenstaande zinnen. Het was dit keer flink slikken, ik had graag bij deze uitgever dat manuscript ondergebracht.
Mijn plan is dat ik ‘Marein’ ga herschrijven, een paar punten veranderen zodat er meer spanning in komt, misschien van de derde persoon overschrijven naar de eerste persoon en daarna ga ik het publiceren.
Maar eerst verder met ‘Droog’ en daarna ‘Esmee’ herschrijven. Iemand nog een portie extra tijd in de aanbieding? 😉

Publicatiedrang

Zal ik hier op mijn blog het eerste hoofdstuk van Marein/Grenzeloos (heb er nog steeds geen definitieve titel voor) zetten? Het is tenslotte zo goed als af, heeft een aantal proeflezingen doorstaan en zou alleen redactioneel nagekeken moeten worden. Of zal ik dat ene korte verhaal hier publiceren? Hm, misschien is het ook wel leuk een stukje van het verhaal over Job en de eik te laten lezen door mijn bloglezers. Of dat dichtseltje van een poosje geleden…
Valt het al op? Ik heb ontzettend veel last van publicatiedrang. Maar ja, ik wil geen onafgewerkt werk laten lezen, dus nog even geduld. Voor jullie en voor mij. En intussen? Vooral hard doorwerken. Al schiet het met de zieken hier in huis niet erg op.

NaNoFinito

Tja, en toen besloot ik op 1 november toch mee te doen aan NaNoWriMo. En wel met een zeer beknopte verhaallijn (waar ik eigenlijk nog een half jaar op moest kauwen), twee (van de vijf) goed uitgewerkte hoofdpersonages en een setting.
De manier van schrijven deed me ontzettend goed! Geen eindeloos gepruts aan mijn teksten, maar doorschrijven, meters maken. De personages kwamen sterk over, voerden leuke, pittige dialogen en droegen het verhaal. Welk verhaal? Hm, dat was het grote probleem, want meer dan een vage schets had ik niet. Leuk om ruim 6000 woorden lang goeie dialogen en sterke karakters neer te zetten, maar ik wist nog steeds niet precies waar ze heen moesten, soms letterlijk, want de setting mocht ook wel wat meer uitgewerkt worden. En zo werd het een saai, langdradig stuk. De pit ontbrak.
Ik kon twee dingen doen, of eigenlijk drie: stug doorschrijven (en later het grootste deel weer schrappen -> zonde!), in de tijd (die ik niet had) het verhaal beter uitwerken of stoppen.
Omdat ik dus geen extra tijd heb (groot gezin met jonge kinderen + huishouden + 1667 woorden schrijven = volle dag) heb ik ervoor gekozen om NaNo vaarwel te zeggen. En weet je? Dat voelt goed! Ik heb erg veel gehad aan de eerste vier dagen, een andere manier van werken geleerd (die ik erin ga houden!), en ik ben door NaNoWriMo uit een behoorlijkdiep schrijfdal geklommen. Maar doorschrijven om mijn quotum maar te halen, terwijl het verhaal nergens naar toe gaat is m.i. verspilde tijd. Ik ga mijn NaNo-tijd gebruiken om een van mijn bestaande manuscripten te herschrijven en er een echt sterk verhaal van te maken. Het is nu goed, maar niet goed genoeg. En daar ga ik nú mee beginnen. Succes dappere NaNoWriMo-schrijvers! Wie weet doe ik volgend jaar écht mee. Met een goed uitgewerkte verhaallijn en genoeg tijd.

Stormvloed uit het stof

Nu mijn wedstrijd-kinderverhaal de deur uit is, Goliath door een geïnteresseerde uitgever (jubel-joechei!) gelezen wordt en ‘Marein’ bij twee proeflezers ligt, heb ik even tijd om lekker met Stormvloed bezig te zijn.
En ja hoor, meteen struikelde ik twee keer op een dag.

De eerste keer omdat ik geen keuze kon maken uit de verschillende schrijfperspectieven. Zowel het alwetend perspectief als wisselend personaal-perspectief hadden allebei voor- en nadelen. Uiteindelijk heb ik met behulp van een hoofdstukindeling (had ik ook nog nooit eerder gedaan) bepaald dat ik voor het wisselend personaal ga en dat kwam nog supergoed uit ook!

Het tweede struikelpunt was dat ik besloten heb om dit manuscript in een ruk door te schrijven. Normaal ga ik na een hoofdstuk – of zelfs nog eerder – al met herschrijven beginnen. Eindeloos kan ik prutsen op zinnen en woorden, de boel weer omgooien en terugzetten. Leuk om te doen hoor, maar met het verhaal schiet het dan natuurlijk niet op. Dat vroeg om drastische maatregelen, vandaar dat ik nu helemaal niet meer tussendoor mag herschrijven; eerst moet de eerste versie staan. Goed, na de eerste 500 woorden had ik al spijt. 😉 Maar ik heb me aan mijn afspraak gehouden, goed hè?

Nog een afspraak die ik met mezelf heb gemaakt is dat ik vijf dagen per week 500 woorden aan Stormvloed moet schrijven. Dat moet te doen zijn naast mijn andere bezigheden en zo blijf ik lekker in het verhaal. Grote, belangrijke punten in het verhaal moet ik eerst nog ‘researchen’, andere dingen zoek ik op als het verhaal staat.