Schrijven – kinderboek

Ik schrijf. Nee, niet alleen maar boodschappenlijstjes en sinterklaasgedichten. Ik schrijf aan een boek. Een kinderboek. Ik ben er ruim een half jaar geleden mee begonnen toen ik een aankondiging van een schrijfwedstrijd voor uitgeverij Ploegsma zag. De opdracht was het begin van een spannend kinderboek (9+) te schrijven waar mogelijk een serie van gemaakt kon worden. Een detective, moest het worden.

Mijn verhaal behoorde niet tot de winnende verhalen, wel kwam het in de top 25, de jury schreef erover: ‘Boeit zeker, maar eerder een dystopian verhaal dan detective. Minder geschikt voor serie.’

Inmiddels staat de teller op bijna 10.000 woorden. Nee, ik schrijf niet snel, want heb het druk met coachen en redigeren. En met mijn gezin, uiteraard. Maar mijn gezin moedigt me aan door te schrijven zodat ik ’s avonds na het eten wat voor te lezen heb over Storm en Lenthe.

En de jury had gelijk: een detective wordt het niet. Een serie ook niet. Nee, het wordt ook niet voor 9+ maar eerder voor 12+. Spannend wordt het. Beklemmend spannend.

Fragmentje:

Normaal heeft ze de muesli in een paar happen weggewerkt, deze morgen plakt het aan haar gehemelte en schuurt het als schuurpapier in haar keel voor het haar slokdarm in glijdt naar haar maag, waar het als een zware homp blijft liggen. Ze schuift haar bakje aan de kant.
‘Jij nog wat gehoord?’ vraagt mama die de keuken binnenkomt in haar badjas en met ongekamde haren gaat prutsen bij de koffie.

Advertenties

Zinloze vrouw bestellen

 ‘Donder op en neem je stinkvoeten mee!’ roept mijn moeder, terwijl ze de fles wijn grijpt en er een flinke slok uit neemt. De tijd dat ze de wijn nog in glazen schonk ligt inmiddels ver achter haar, net als de tijd dat drank een genot voor de avonduren was.

Eind van de week bestel ik wat exemplaren van Zinloze Vrouw. In eerste instantie omdat mijn eigen exemplaar in Schotland ligt. (Snik. Ik kan het niet meer aan haar niet meer in huis te hebben.) In tweede instantie omdat een aantal mensen aangaf mijn boek te willen kopen. Wil jij ook een (gesigneerde) Zinloze Vrouw? Stuur me dan even een berichtje en ik bestel er een voor je. Het boek kost 14,95 en de verzendkosten delen we, dan komt er nog  (ongeveer, weet het zo niet uit mijn hoofd) 1,36 aan verzendkosten bij.

Op veertienjarige leeftijd wordt Kim ondergebracht bij pleegouders. In eerste instantie wordt ze daar liefdevol opgevangen, maar al snel verandert haar leven in een hel. Haar jeugd is definitief voorbij.

Nieuwsgierig, maar eerst de eerste hoofdstukken lezen? Of de mening van eerdere lezers en recensenten?

Daar staat hij dan. De man met wie ik mijn leven ga delen. Hij is mooier dan ik had gedacht.
‘Je bent nog mooier dan ik dacht,’ is zijn begroeting.
Zou hij gedachten kunnen lezen? We betasten elkaar met onze ogen, de tijd lijkt stil te staan.
‘Mag ik binnenkomen?’
Laat ik hem binnen? Mijn huis en mijn leven in? Daarna kan ik niet meer terug, het is alles of niets. Ik ga voor alles en stap opzij.

Jaren later wordt Kim verliefd op Levi. Ondanks dat zijn liefde voor haar groot is, balanceert ze voortdurend tussen vertrouwen en wantrouwen. Langzaam wordt duidelijk dat het leven voor Kim ondraaglijk zwaar is door wat er in haar jeugd is gebeurd.
Zal Levi erin slagen de spoken uit het verleden te verjagen?

Allemaal leuke projecten

Zo, dat is lang geleden! Ik heb dan ook best een lange tijd niet geschreven. Veel te lang. Maar ja, daar heb ik smoesjes voor: mijn gezellige grote gezin en mijn goedlopende schrijfcoachingsbedrijfje (ja, het is nu een heus, bij de KvK ingeschreven bedrijfje!).

Maar ik ben voorzichtig weer een beetje begonnen. Natuurlijk – zoals je me nog kent van vroegâh – met meerdere projecten tegelijk. Het mooiste project is, als ik dan echt moet kiezen, de samenwerking tussen mij en mijn oudste dochter (13) om ons prentenboek verder vorm te geven en uit te gaan geven. D.w.z. het verhaal staat (al jaren, Jeppe en de eik) en dochterlief maakt er de prachtigste illustraties voor:

IMG_0175Wil je meer van haar werk zien? Neem dan vooral eens een kijkje of haar instagramaccount, daar staat ook een mooie illustratie van de eekhoorn en de nachtegaal uit het prentenboekverhaal: https://www.instagram.com/elskespictures/

Een ander leuk project is het herschrijven van Goliath (ehm het fragment is wel van jaren geleden, van voor mijn herschrijving), een jeugdboek (12+) dat ik aan aantal jaren geleden schreef. Niet lang geleden las ik het mijn kinderen voor, ze hingen aan mijn lippen (en nee, niet omdat ze mij toevallig wel lief vinden…) en vinden sindsdien dat ik het echt, echt moet uitgeven. Dus… Ik luister altijd enorm goed naar ze. 😉

Ander leuk project is om mijn eerste kinderboek (Mijn oma is een engel) opnieuw uit te gaan geven, moet ook dit jaar gebeuren.

En dan doe ik ook een poging wat meer korte verhalen te schrijven, zo eens in de twee weken. Leuk en totaal anders om te doen dan een roman schrijven!

Kortom, veel, veel tijd tekort, want ik hou me ook nog graag bezig met koken en bakken. We zien wel waar het schip strandt. Ik ben in elk geval enorm lekker bezig en zoals altijd verveel ik me geen seconde. 😉

Ze is er weer

Ze was er weer! María. In mijn hoofd. Terwijl ik naar school fietste om kinderen te halen hield ze verhalen tegen mij en beantwoordde ze mijn vragen. Niet geheel zoals ik zou willen (“Je moet geen leven voor mij creëren, je moet gewoon mijn leven opschrijven.”), maar ze was er. En oh, wat voelde ik me schizofreen zoals ik op de fiets zat. Moest opletten dat ik niet hardop ging praten want het is tegenwoordig aardig druk op het fietspad langs het bos en niet iedereen kan aan mijn gezicht zien dat ik maar een schrijver ben.

Ze was is er weer. En laat ik nu mijn tijd maar iets handiger gaan indelen, dan heb ik heus wel elke dag een momentje om haar verhaal op te schrijven. Moet zij wel tegen me blijven praten, want er zitten nog best wat gaten in het verhaal. Volgens mij heeft ze tijdens het schrijven van eerdere versies een en ander achtergehouden.

De dode roos

Het einde

Berceuse Nr. 2

Slaap als een reus
slaap als een roos
slaap als een reus van een roos
reuzeke
rozeke
zoetekoeksdozeke
doe de deur dicht van de doos
Ik slaap

Paul van Ostayen

Zacht wiegt ze het kind heen en weer, strijkt met haar vrije hand een eigenwijs springerige blonde lok uit haar gezichtje. ‘Ssst, stil maar, meisje, het is goed zo. Helemaal goed.’ Ze raakt met haar lippen kort de wang van het kind en trekt de deken wat verder over afgekoelde lichaampje. ‘Alles komt goed. Ga maar slapen. Niemand zal je nog kwaad doen. Sssst, stil maar…’ Lara kijkt op als er een streep licht langs de deur op het bleke gezicht van haar dochtertje valt. ‘Wat… Hoe…? Wat doe jij hier?’ Met grote stappen komt hij de kamer binnen. Hij legt zijn hand op haar schouder. Lara is bang te breken onder het gewicht. Een snik ontsnapt haar. ‘Wat is ze mooi, hè?’ fluistert ze terwijl ze de haren van het meisje ritmisch blijft aaien.
Hij knikt. ‘Ja, heel mooi. Geef haar nu maar hier. Ze nemen haar mee.’ Hij strekt zijn armen uit naar het meisje. Wat kijkt hij liefdevol. Hij is een van de Goeden. Dat weet ze nu zeker. ‘Het is goed, meisje-lief. Ze zullen voor je zorgen.’ Nog een laatste kus. Met gebogen hoofd staat ze toe dat de man het kind uit haar armen haalt en tegen zich aangedrukt meeneemt de kamer uit, naar het licht. ‘Ik hou van jou!’ Haar stem klinkt wanhopig. Maar het is meer dan dat. Ze weet dat het goed is zo, alleen moet haar kindje, haar hartelief wel weten, voelen, desnoods horen dat ze haar zo liefheeft. Altijd gehad, nu nog meer dan anders.

Het begin

‘Bloem, eten.’ Lara staat in de opening van de tuindeur en kijkt hoofdschuddend naar haar dochter die onverstoorbaar in de zandbak een heksensoepje aan het maken is. ‘Ik had je toch gezegd geen water te pakken?’ moppert ze net niet hard genoeg. Ze kan zich nauwelijks voorstellen hoe modder aanvoelt. Ze sluit haar ogen en snuift de geur van natte aarde op. Alsof ze geleid wordt loopt ze naar Bloem, gaat op haar hurken zitten. Het meisje kijkt op, een glimlach geeft haar hele gezicht glans. ‘Mama!’ Ze springt op schoot. Lara knijpt haar ogen dicht en rilt. Vocht trekt in haar zomerjurk. Vlekken. Vies. Ach wat. Haar armen sluit ze stevig om Bloem, snuift de geur van modder, buitenlucht en pasgewassen haren in zich op. Dan laat ze zich vallen. Bloem giert het uit en samen rollen ze als varkens door de modder. Moeder moest eens weten, denkt Lara. Ze rilt alweer. Ik ben moeder niet, Bloem is mij niet.
‘Mama? Ze kijkt op en ziet de onderzoekende groene ogen van Bloem. ‘Het is goed, meisje.’ Met haar hand strijkt ze de modder nog meer door het haar van haar dochter. ‘Kom! Laten we spelen dat we varkentjes zijn.’ De modder voelt zo vies in haar hand, dat ze haar best moet doen de glimlach vast te houden. ‘Hier!’ Bloem giert het uit als ze de handvol koude blubber in haar nek krijgt. Lara krimpt in elkaar als ze een dubbele portie terugkrijgt. Moeder en dochter. Twee kinderen. De schaduwen van het leven lijken even heel ver weg. ‘Lara! Waar ben jij in ’s hemelsnaam mee bezig.’ Ze sluit haar ogen. Ziet de felle, priemende blik van haar moeder. De tot streep vertrokken smalle lippen. Met een schelle stem commandeert ze Lara overeind, sleept haar aan een oor naar binnen, naar de douche. Drie dagen geen warme maaltijd. Drie dagen vernedering.
Ze springt op, klopt het losse zand van haar billen. ‘Kom, Bloem, naar binnen.’ Ze steekt haar hand uit naar haar dochter. ‘Het eten is klaar, weet je nog?’ beantwoordt ze de vragende blik van Bloem. Een zanderige hand in haar hand. Als een geruststelling. ‘Mama?’
‘Ssst. Het is goed, Bloemetje. Snel douchen, pyjama aan en dan lekker eten. Soep met warme broodjes.’

‘Komt papa straks?’
Elke avond hetzelfde. ‘Niet met volle mond praten, Bloem.’
‘Papa is gisteren ook al niet geweest, en eerdergisteren en eerdereerdergisteren ook niet.’
‘Eergisteren, lieverd.’
‘Niet! Eerdergisteren niet. En je had het nog wel beloofd.’ Wild schuift ze haar kom soep naar voren.
‘Kijk nou wat je doet, stommeling!’ Meteen kan ze zich wel voor haar hoofd slaan. Het is nog maar een kind. Bovendien is zo’n scheiding moeilijk genoeg voor haar. ‘Sorry, liefje. Ik ga even een doekje halen.’ En dan is Dolf ook nog eens onbetrouwbaar in het nakomen van afspraken. Altijd duizend excuses, uiteraard een niet tegen te spreken verklaring over waarom hij dit keer niet zijn dochter kon opzoeken. En haar. Al ziet hij haar vaker dan Bloem. Verdorie, nu ook nog tranen? Ze schuift haar stoel naar achteren en loopt snel naar de keuken. Voorovergebogen over de gootsteenbak laat ze haar tranen vallen. Dolf. Ze mist hem en dat maakt haar woest. Woest op zichzelf vanwege haar zwakte, woest op Dolf, vanwege zijn relatie met die huppelkut van Café De Bar, met haar uitpuilende tieten en onschuldige grote ogen, en woest op Bloem. Door hun dochter zijn ze voor altijd met elkaar verbonden, zullen ze altijd met elkaar te maken hebben. En dat wil ze niet. En wel. Niet. Ze bijt op haar vinger om een schreeuw tegen te houden. Niet Bloem onnodig van streek maken. Ze ademt in door haar neus, een snerpende zucht uit. Kalm worden. Onspannen. Denk yoga.
Ze schrikt van een kleine hand die zacht op haar linkerbil klopt.
‘Mam? Wat is er? Ben je sippelig?’
Ze snuift haar neus, wrijft met haar hand haar wangen droog. ‘Een beetje, lieverd. Maar dat gaat wel weer over.’
‘Sorry. Ik zal niet meer knoeien. Ben je dan nou weer blij?’
Lara draait zich om en zwiert haar dochter de lucht in. Duikt met haar neus in de krullerige haren, zucht, snuffelt en kust de nog natte haartjes. ‘Het is niet jouw schuld, Bloem. Kijk me eens aan?’ Met één hand pakt ze de kin van Bloem vast en dwingt haar op te kijken. ‘Niet jouw schuld, hoor je dat goed, gekke meid?’ Het meisje duikt in de nek van haar moeder. Samen wiegen ze daar heen en weer tot ze een korte duw tegen haar been voelt. ‘O kijk, daar hebben we Kitty. Ik denk dat ze honger heeft.’ Ze zet Bloem op de grond. ‘Pak jij even een blikje vlees uit de kelderkast?’

Hij

De sleutel in het slot van de voordeur, twee slagen draaien. Nog een klik, een doffe dreun en kalme voetstappen door de gang. Twee klopjes op de deur voor deze openschuift. ‘Hai, schoonheid.’
Ze perst er een glimlach uit en slikt twee hatelijke opmerkingen in. De ene met betrekking op zijn nieuwe liefje – die volgens zijn zeggen alweer een ex is – de andere vanwege zijn gebrek aan belangstelling voor zijn dochter. ‘Ze slaapt al een paar uur, hoor.’
Hij knikt. ‘Daar ging ik vanuit. Laat haar ook vooral lekker slapen.’ Hij ploft op de bank naast haar. Zijn been strijkt langs het hare, zijn mond ineens vlakbij haar oor. ‘Kunnen wij ons gebrek aan romantiek uitleven in pure geile lust.’
Het liefst zou ze zich aan hem vastklampen, hem nooit meer laten gaan. Hij hoort bij haar, bij Bloem. Hij zorgde voor veiligheid in hun leventje en voor zo veel meer. Ze duwt zich van hem af. ‘Kon Ireentje niet vanavond? Had ze een ander neukertje?’
‘Toe nou, Laar, niet zo moeilijk doen. Je weet dat wat wij twee samen hebben niet te vergelijken valt met wat ik en Irene hadden. Hádden. Hoor je wel? Het is uit. Ik moet haar niet.’ Opnieuw zijn gezicht naast het hare. Zijn lippen raken haar oorlelletje aan. Ze huivert. Moet zich in houden hem niet de kleren van zijn geweldige lijf te scheuren.
‘Ga je mee?’ Hij staat op en trekt haar aan haar hand overeind. Ze kan het niet, weerstand bieden. Net zoals geen enkele vrouw dat kan in zijn buurt. En hij weet het. Klootzak! Willoos – of beter gezegd gewillig – sjokt ze achter hem aan de trap op.
‘Wacht.’ Voor de slaapkamerdeur van Bloem blijft hij staan, duwt de deur open, loopt heel zacht naar haar bed en trekt de deken recht. Het zachte gesnurk klinkt goedkeurend. Lara weet dat hij dit doet om indruk op haar te maken, haar week te maken. Het werkt. Als hij weer bij haar staat, speelt ze niet meer dat ze zich kan beheersen. Wild trekt ze hem mee haar slaapkamer in, waar hij na drie maanden nog steeds doet alsof het hun slaapkamer is.

‘Laar?’
‘Hmmm … ‘ Ze ligt met haar hoofd op zijn borst, wil wegzakken in een slaap die haar schuldgevoel meeneemt. Hartstikke gek is ze, dat ze met haar ex, klootzak eerste klas, geneukt heeft. Maar het was zo lekker. Bovendien, dat aangename gevoel ertoe te doen, belangrijk te zijn, nog mee te tellen in de wereld van verleiding.
‘Wanneer geef je haar eens een paar dagen met mij mee?’
Roodoplichtende lampen, loeiende sirenes. Bloem. Hij wil haar van haar afpakken. ‘Waarom begin je daar nu over?’
‘Omdat ik dacht dat je nu misschien wel redelijk was.’
Wat een lul. Verleiden, verwennen, doodsteek. ‘Je weet hoe ik daarover denk.’
‘Je kunt niet loslaten, ja. Dat weet ik. En toch vind ik dat ik mijn kind ook een paar dagen per maand bij me mag hebben. Meer vraag ik niet. Verdomme, Lara, ze is belangrijk voor me!’
Ze schiet overeind, trekt het dekbed omhoog over haar borsten en verschuift haar billen zodat haar been niet meer tegen dat van hem ligt. ‘En waarom kwam je vanavond dan niet rond etenstijd? Of gisteren? Eergisteren? Nou, waar was je?’
‘Niet zo hard, gek. Je weet trouwens heel goed waarom ik er niet was.’
‘Nee, vertel, wat is dit keer je lulsmoes.’
‘Lara, Lara –’
‘Niet op dat toontje, Dolf. Ik waarschuw je.’
‘Ik wil graag met mijn dochter samen kunnen zijn zonder dat jij je oren wagenwijd open hebt staan, over mijn schouders meekijkt, me onderbreekt als ik met haar in gesprek ben.’
Ze gaat op handen en knieën zitten, kijkt hem strak aan. Niet dit. Zo mag hij niet praten. ‘Je hebt geheimen voor me? Wat bekokstoof je met haar? Waarom mag ik niet weten waar jullie het over hebben?’
Met een zwaai slaat hij zijn benen uit bed. ‘Zinloos, dit.’ Hij grijpt zijn spijkerbroek van de vloer en begint die aan te trekken. Die gespierde billen. Gekromde rug vol boosheid. Opnieuw weekmakers in haar lichaam die de boosheid dempen. ‘Dolf? Ga nou niet weg.’
‘Wat wil je van me, Laar. Is het je echt alleen om mijn lichaam te doen? Hebben we verder niets meer met elkaar behalve continu geruzie? Lekker voorbeeld voor onze dochter.’
‘Sorry.’
‘Ik versta je niet.’
Ze trekt hem aan zijn arm. Hij verliest zijn evenwicht en valt achterover op bed. Ze trekt hem verder om. Met grote ogen kijkt hij haar aan. Ziet ze nou een geamuseerd trekje rond zijn mond? De kraaienpootjes naast zijn ogen zijn dieper geworden. Bijna veertig. Het leven is hem genadig geweest, maar begint hem nu te tekenen. Ook dat staat hem charmant. ‘Blijf!’
Hij grijnst alsof de duivel bezit van hem heeft genomen. ‘Je kunt niet zonder me, geef maar toe.’
‘Hm. Kom je morgen eten?’
‘Krijg ik morgen mijn dochter een paar uurtjes mee naar huis? Breng ik haar rond etenstijd weer terug en als je dat erg graag wil, eet ik mee. Desnoods halen we wat.’
‘Waarom moet je haar per se meenemen? Ik bijt toch niet? Je kunt haar hier zien zo vaak je wilt. Zelfs…’ Ze slikt in wat ze het liefst zou zeggen. Waarom moesten ze zo nodig scheiden? Waarom moest hij zo nodig andere vrouwen uitproberen? Midlife crisis? Hij heeft zijn feestje gehad, kunnen ze nu weer samen… ‘Ik wil niet dat je haar meeneemt. Punt.’
‘Vertrouw je me niet?’
‘Dat is het niet.’
‘Neem een hond.’
‘Dolf!’
‘Serieus. Als je niet alleen kunt zijn is dat de oplossing. Heerlijk aanhankelijk, kwijlerig beest en je komt nog eens buiten ook.’
‘Ik heb vandaag in de modder gespeeld met Bloem.’
Zijn linkerwenkbrauw schiet omhoog, net als zijn mondhoek.
‘Echt.’
Dolf komt overeind en gaat verder met het aantrekken van zijn kleren. Ze kijkt op de wekker. Half vier. Wat een tijd om nog weg te gaan.
‘Morgenmiddag haal ik Bloem uit school. Zes uur breng ik haar terug, neem patat mee.’
‘Dolf, toe nou.’
Hij haalt zijn vingers door zijn korte kapsel zodat het geordend wild zit. Drukt een korte kus op haar mond. ‘Geen gezeik, Laar. Zo zal het morgen gaan, niet anders.’
Ze bijt op haar lip. Weet dat protesteren nu geen zin heeft. Een drama voor het hek van de school is ook niet waar ze op zit te wachten. Nee, voor deze keer moet ze het accepteren. De kramp in haar buik trekt aan.
‘By the way, het was lekker.’ Dolf staat bij de deur en knipoogt naar haar. Ze slaat haar ogen neer. Lul.

Ontzettend leuke dingen!

De herschrijving van ‘María’ afronden, crowdfunding opzetten, verder schrijven aan ‘Bloem’, elke week twee korte verhalen neerzetten… Het schiet allemaal niet op. Dat komt omdat ik met veel dingen tegelijk bezig ben. Leuke dingen. Ontzettend leuke dingen! Mijn schrijfcoaching begint goed te lopen, ik mag vanaf nu(samen met vijf andere coaches) op Schrijven Online de weekopdrachten verzorgen (schrijfopdrachten verzinnen en verhalen van feedback voorzien). Zo gaaf!

Een ander ‘ontzettend leuk ding’ is dat ik vanaf nu schrijvers hier in Schotland kan ontvangen. Ze krijgen hier in een apart deel van onze cottage de rust en de ruimte om te schrijven, in een prachtige omgeving (Ayrshire) met coaching naar wens. Meer informatie vind je hier.

Al dit leuks betekent wel dat mijn eigen schrijfwerk even blijft liggen. Maar ik luister naar de schrijftips die ik aan schrijvers geef: “Laat je verhaal nooit los! Blijf er mee bezig, al is het maar in je hoofd.” Dus ook al heb ik een paar weken geen letter aan mijn manusript(en) geschreven, de verhalen blijven groeien, de personages zijn altijd aanwezig. Dat maakt het makkelijker om weer te beginnen.

Hij rende voorbij…

Op een avond, vlak voor ik in slaap viel, kwam hij langsrennen, een nieuw personage. Veel liet hij niet van zichzelf zien. Zijn jas, zijn (ouderwetse) pet, zijn jonge, slanke gestalte. Hij rende een brandtrap op. ‘Parijs’, kwam meteen in me op. Ik maakte natuurlijk aantekeningen, had vaag het gevoel deze jongeman te kennen, maar liet het verder rusten. Tot ik gisteren mijn summiere observatie aan mijn man beschreef. Hij begon te lachen: ‘Weet je niet wie dat is?’ Hij wist het wel. Een jongere versie van een ander personage, uit een nog te schrijven verhaal. Ik raakte ontroerd, een teken dat het klopte.

Een paar aantekeningen later, heb ik hem opzij gelegd, in een mapje opgeborgen. Eerst krijgt ‘María’ aandacht. Daarna ‘Bloem’. Ook heb ik het aangenaam druk met schrijfcoaching. Maar ik zal dit personage niet vergeten, het af en toe wat laten vertellen, aantekeningen maken en over een poos ga ik ervoor zitten om zijn verhaal op te schrijven. Want dat hij wat te vertellen heeft is duidelijk.