Blokkade geblokkeerd

En telkens weer blijkt dat de enige manier om echt uit mij schrijfdip (tips bij schrijfdip) te komen, gewoon hard werken is.

Gisterochtend nog had ik last van een dwingend leeg vel dat me aanstaarde, met een irritant knipperende cursor. Ik kon alleen maar terugstaren. Ondanks dat ik precies wist wat me te doen stond, kreeg ik geen letter uit mijn toetsenbord. Overdonderd door faalangst vroeg ik me af waarom ik zo graag schrijver wilde zijn, waarom ik in vredesnaam dacht dat wel te kunnen en wat ik in godsnaam met dit verhaal aan moest. Een paar uur later (na bemoedigende woorden op twitter en facebook en na enkele tranen van mij en oppeppende woorden van mijn lief) stroomden de woorden eruit. Een dag later ben ik 2500 woorden (tien boekbladzijden) verder, heb ik flink wat research gedaan en nog meer plannen voor het verbeteren van dit manuscript. Het wordt nog een paar weken flink hard werken, maar het vertrouwen dat er daarna een goed verhaal staat, groeit. Manlief had gelijk: ik kan het!

Goed. Ik vind dat ik de afgelopen weken genoeg dips gehad heb, ik trap er nu niet meer in. Gewoon hoofd leegmaken, focus bij de personages en gaan!
Note to my children: vanavond zal ik wél op tijd het eten klaar hebben.

Schrijftips

Een blogje met schrijftips, net als deze (klik).
Waarom? Nou, omdat ik zelf weer eens niet verder kwam met mijn verhaal en veel aan mijn eigen tips had.

De reden dat het even niet wilde met schrijven, was vanwege een vervelend drukke anderhalve week. Toen ik dit weekend eindelijk mijn verhaal weer open kon trekken, schreef ik ontzettend beroerd, heel traag, maar ik schreef! En het duurde slechts 400 woorden voor ik weer helemaal in het verhaal zat.
Dat het daarna weer ‘stroomde’ komt o.a. omdat ik ook in de drukke tijd contact bleef houden met mijn personages. Regelmatig hadden we ‘gesprekken’, niet altijd even relevant voor het verhaal dat ik schrijf, maar daardoor leerde ik de personages wel nog beter kennen.

Tip 1: blijf in contact met je personages. Voer gesprekken met ze, houd eventueel een dagboek bij uit naam van je karakter(s), klets over banale, dagelijkse dingen en praat over diepgravende zieleroerselen.

Tip 2: laat je verhaal nooit helemaal los. Sluit af en toe even je ogen en stel je voor dat je middenin ene bepaalde scène van je verhaal staat. Bij voorkeur een scène die nog niet zo heel goed loopt. Ruik, voel, proef en kijk om je heen. Ervaar wat je personage ervaart.

Tip 3: praat met anderen over je verhaal. Ik weet dat dat niet voor iedereen goed werkt, maar mij helpt het om onduidelijkheden helder te krijgen en om me nog beter in te leven. Soms blijkt iets in mijn hoofd zo helder, zo logisch te zijn, maar totaal niet over te komen. Vertel er wel bij dat je over fictie aan het praten bent, want mijn man vraagt zich regelmatig af over wie ik het nú weer heb, tot blijkt dat ik het over een personage uit mijn manuscript had.
Heb je geen welwillend slachtoffer, praat dan hardop tegen jezelf over het verhaal, zo hoor je zelf al de grootste struikelpunten.

Tip 4: blijf schrijven. Boodschappenlijstjes, liefdesbrieven, tussendoorverhalen, uitwerking van personages/omgeving/verhaallijn. Maakt niet veel uit wat, maar schrijf! Op slechte dagen schrijf ik soms maar drie woorden aan mijn manuscript, maar dan ben ik er wel even mee bezig geweest.

Tip 5: geef de moed niet op! Als je bezig blijft met je verhaal en erin gelooft (ja, ja, klinkt vaag, zweverig zelfs), er niet voor wegloopt, komt er echt wel weer een schrijfflow. En iedereen weet natuurlijk: de uitdrukking dat een goed boek zichzelf schrijft is absoluut dikke onzin! Schrijven is leuk, maar heel hard werken.