Met frisse blik?

Sommige schrijvers zweren erbij hun verhalen een (hele) poos te laten liggen, om er later met een frisse blik naar te kunnen kijken. Een poosje kan ook voor mij inderdaad goed werken, maar dan praat ik over één, hooguit twee weken. Niet drie maanden, zoals nu (noodgedwongen) bij María. Dat werkt dus totaal niet. Dan is mijn blik op het verhaal niet fris, maar vertroebeld. Met ontzettend veel moeite en nog meer doorzettingsvermogen kom ik weer een beetje in het verhaal.

Ik moet al mijn schrijftips uit de kast halen om de personages weer te zien, te voelen, te horen. Stukken hardop teruglezen, de bio’s van alle personages doornemen en waar nodig aanvullen. In gesprek gaan met de personages, over het verhaal, maar ook over dagelijkse dingen, zodat ik ze nog beter leer kennen. Elke dag – al is het maar heel even – bezig zijn met het manuscript. Eigenlijk komt het er op neer dat een deel van mij bestaat uit het verhaal en de personages. Of ik nou met de kinderen bezig ben, eten kook, boodschappen doe, douche, of op de fiets zit… María, Noa, Max, Miguel en de bijpersonages zijn bij me, in me. Ik moet alert zijn omdat ze ineens iets kunnen zeggen dat van groot belang is.

Gisteravond (ja, ja, onder de douche) was het voor het eerst na een week dat ik een stukje verder kwam. Dat wil zeggen: er werden wat knelpunten duidelijk, nu moet ik die nog zien op te lossen. Had ik ergens al geschreven dat schrijven ook puzzelen is? Ik weet nu wat ik wil, maar niet hoe. Totaal geen idee hoe ik een belangrijk punt aan moet pakken. Behalve puzzelen is schrijven dus ook worstelen. Maar schrijven is ook leuk! Het is creëren, boetseren, ontdekken, de diepte ingaan, en heel hard juichen als je na lang zoeken, wikken en wegen de oplossing hebt voor een struikelpunt(je). Dan zoef je met energie voor tien vooruit.

Advertenties