En nu?

Waar ben ik mee bezig, nu ‘Goliath’ en ‘Zinloze vrouw’ klaar zijn?
Behalve wachten op hopelijk positief uitgeversnieuws en heel hard duimen draaien, zit ik natuurlijk niet stil. Op de eerste plaats ben ik hard bezig met ‘Esmee‘. Een verhaal waar ik in 2006 mee begon, in de hoop er een thriller van te maken. Oei, oei, oei, wat is dat slecht geschreven! Vette perspectiefwisselingen, slappe zinnen, vertellerig tot en met en absoluut niet spannend. Nee, dit verhaal moet niet herschreven worden, ik moet gewoon opnieuw beginnen. De personages zitten al jaren in mijn hoofd, die zijn goed! De essentie van het verhaal is ook goed en het is zeker niet saai. Maar het idee er een thriller van te maken moet ik loslaten. Is het sowieso nog wel spannend en noem je het een thriller als je vanuit de dader schrijft? Nee, ik ben geen thrillerschrijver. Mijn kracht ligt niet in het bedenken van een ingewikkeld plot. Mijn kracht ligt in het vertellen vanuit personages en dat is precies wat ik met ‘Esmee’ ga doen. Deze op het eerste gezicht gelukkig getrouwde vrouw, moeder van twee jonge kindjes, heeft een persoonljkheid die dicht in de buurt komt van een psychopate. Ik ken haar inmiddels door en door en vanuit haar ga ik het verhaal vertellen. Haar leven ga ik neerzetten. Afgewisseld met korte stukken vanuit het perspectief van de slachtoffers en haar man. Jammer van de 30.000 woorden die ik heb staan. Het moet anders, omgegooid, rigoureus!

Verder heb ik een erg leuk, magisch-realistisch verhaalidee, ‘Betoverd’. De komende maanden blijft het een verhaalidee dat voor mij stukje bij beetje duidelijk wordt. Personages die ik voorzichtig leer kennen. Niet iets waar ik dus druk mee aan het schrijven ben. Wel een verhaal waar ik soms een beetje van mag snoepen. Gisteren werd het einde duidelijk. Het begin (amper 500 woorden) heb ik ook al geschreven, maar er zijn nog zoveel onopgeloste vragen. De karakters hebben zich ook nog niet volledig blootgegeven aan mij. Ik ben heel benieuwd waar dit uiteindelijk toe leidt!

De rest van mijn manuscripten (Marein en Stormvloed) liggen even in de virtuele la. Eerst mijn focus hierop houden en als ik wat heb afgerond, komt het volgende wel.

Zinloze vrouw

Af! Af! Af! ‘Loslaten’ is af! Een manuscript waar ik ruim een jaar keihard aan gewerkt heb! Een manuscript waar ik elf herschrijvingen aan heb gedaan. Een hoofdpersoon waar ik van houd! Een dramatisch verhaal waar ik eigenlijk best wel trots op ben! Het is gewoon af! De titel, bedacht door mijn man, waaronder ik het naar uitgevers ga sturen is ‘Zinloze vrouw’. En dat zegt alles over hoe mijn hoofdpersoon zich voelt.

Eerst heb ik het hele verhaal in de derde persoon geschreven, maar dat klopte niet. Je kwam als lezer niet in het hoofd van Kim. Toen ik het omschreef naar de eerste persoon (er kwamen bij die herschrijving ongeveer 15000 woorden bij) werd het beter. Goed zelfs. En na het commentaar van twee superproeflezers (die trouwens erg lovend waren over het verhaal en daarbij ook nog eens waardevolle feedback hadden) werd het nog beter!

Het verhaal gaat over Kim. Fragmenten uit haar jeugd (14-17 jaar) waarin ze zwaar misbruikt is, worden afgewisseld met het heden, waarin ze haar grote liefde Levi leert kennen. De invloed van het misbruik ligt als een zware deken over haar geluk.

Twee fragmenten:
1986 (begin van het verhaal)
“Donder op en neem je stinkvoeten mee!” roept mijn moeder, terwijl ze de fles wijn grijpt en er een flinke slok uit neemt. De tijd dat ze de wijn nog in glazen schonk ligt inmiddels ver achter haar, net als de tijd dat drank een genot voor de avonduren was. Nu drinkt ze alleen nog om haar miserabele leven een doffe glans te geven.
Ik knal de deur achter me dicht en ga naar mijn kamer. Emoties als woede en verdriet voel ik niet, ze zijn samengeklonterd en liggen als een steen op mijn maag. Medelijden heb ik niet met mijn moeder. En liefde? Voor mij is liefde iets uit een film of een boek. Zo’n heerlijk zwijmelverhaal waarbij ik minimaal een doos tissues volsnotter als twee mensen elkaar glazig in de ogen staren, als ze elkaar zoenen, elkaar strelen. Zelfs als twee mensen die echt van elkaar houden, knallende ruzie hebben.
Ik nestel me in de brede vensterbank, tussen de stapel kussens die daar liggen. Het is enige plekje in huis waar ik rust voel. Uitkijkend over de drukke winkelstraat zie ik altijd wel mensen wier leven troostelozer en wanhopiger moet zijn dan het mijne. Wie gaat er in godsnaam vrijwillig gevangen in driedelig kostuum over straat? De zwerver, die dagelijks door het stadsbeeld wandelt, bezorgt mij felle steken in het hart. Deze man, met de groeven van het leven in zijn gezicht, hoeft niet in het juk van het dagelijks leven te marcheren. Hij heeft geen last van valse verbondenheid met een stel ouders dat de moeite van het omzien niet waard is.

2000
De regen barst los, rennen naar huis heeft geen zin, binnen enkele ogenblikken zijn we doorweekt. Lachend kijken we elkaar aan. Ik wil hem zoenen en ga op mijn tenen staan om bij zijn mond te kunnen. De regen, de donder, de wereld bestaan niet meer. Alleen wij twee in onze eigen wereld. God, wat ruikt hij lekker, wat voelt hij vertrouwd.
“Kom, laten we gaan,” hijgt Levi na een tijdje, terwijl hij me voorzichtig loslaat.
Ik vind het jammer dat ons moment verbroken is, maar ook fijn om hem mee te nemen naar mijn huis. Ons huis? Wie weet. Ik pak zijn hand stevig vast. Vrolijk kijkt hij me aan, slingert mijn arm heen en weer en ik loop niet naar huis terug, nee, ik zweef. Zevende hemel, roze bril, vlinders in mijn buik. Alle clichés hebben zich in mijn lijf verzameld en vallen onder de grote noemer LIEFDE.

 

 

Na-no of Na-si

Ik ben me er van bewust dat het een luxeprobleem is, maar ik zou zo graag meedoen met NaNoWriMo en ik heb er geen tijd voor! Sowieso is het in mijn drukke gezin erg moeilijk om elke dag zestienhonderdnogwat woorden te schrijven, maar juist de maand november belooft ook op schrijfgebied druk te worden. Ik heb in november namelijk een gesprek met een uitgever voor Perspectief en waarschijnlijk ga ik daarna heel hard met dat manuscript aan het werk onder begeleiding van een redacteur. Ook zijn er verschillende uitgevers geïnteresseerd in Goliath. Niks is zeker, maar ik houd er rekening mee dat binnenkort ook aan dat manuscript gewerkt gaat worden.

Terug naar NaNoWriMo, ofwel: National Novel Writing Month. In de maand november gaan wereldwijd talloze mensen schrijven aan een nieuwe roman. De bedoeling is dat je elke dag een bepaald quotum aan woorden haalt en dat je dan in een maand tijd de eerste versie van je roman af hebt. En ja, ik heb natuurlijk ideeën genoeg (te veel?), ik zou wat dat betreft zo kunnen beginnen. In mij woedt een hevige strijd tussen het soms zo akelige verstand en het soms zo naïeve gevoel. Misschien dat ik een eigen versie van NaNo ga doen, al moet ik dan echt alleen ploeteren, zonder steun van mede-NaNo-ers… Ik twijfel nog even door.

Na afwijzing volgt…

… hard werken!

Helaas kreeg ik voor mijn prentenboekmanuscript toch een afwijzing. De verhalen waren niet origineel genoeg om mee verder te gaan. Even slikken, maar ik leg ze in mijn digitale lade en blijf bij mijn plan om er een leuk (voor)leesboek van te maken. Ik heb in elk geval al ideeën voor zeven verhaaltjes en mijn kinderen zijn er erg enthousiast over.

Deze week heb ik besloten om mijn tussendoor schrijf-sprokkelwerk meer te structureren en er een 10-urige werkweek van te maken. Binnen vijf dagen had ik de tien uren gehaald en dan heb ik ook het weekend nog om flink aan de slag te gaan. Lekker!

De afgelopen week heb ik gebruikt om zowel voor Goliath als voor Loslaten een synopsis te schrijven, voor een aantal uitgevers een aanbiedingsbrief te componeren en die samen met de eerste hoofdstukken van de manuscripten naar de uitgevers te mailen. Inmiddels heb ik verschillende werken bij vijf verschillende, voor mij interessante uitgevers liggen. Nu kan ik de wachttijd gebruiken om lekker verder te schrijven. En dat is broodnodig. Want schreef ik in mijn vorige blog nog dat Goliath globaal klaar was, een dag later had ik alweer andere plannen met het verhaal. Op dit moment is het een aardig verhaal met goede stukken, maar ik wil er natuurlijk een heel goed verhaal van maken! Dat betekent dat ik aanvullingen moet doen en minstens 20.000 woorden (omgerekend ongeveer 66 pagina’s) moet bijschrijven. Ik krijg het manuscript dus zeker niet eind van de zomer af, ik verwacht ergens tussen herfstvakantie en kerst.