Schrijver wordt coach…

… maar blijft uiteraard ook schrijver. Want als mijn verhalen er niet uit kunnen, dan word ik pas echt goed gek. 😉

Sinds zondag staat mijn website Schot in Schrijven online en kan ik officieel als schrijfcoach aan de slag. Het was een hele klus om de teksten voor de site naar tevredenheid te krijgen en de layout kloppend. Gelukkig schreef mijn man de bio en was hij een uitstekend eindredacteur. Ik sta te trappelen om de eerste schrijver te gaan begeleiden met zijn/haar verhaal! Maar ook om schrijfoefening te bedenken en te delen (ineens bestaat de hele wereld uit schrijfoefeningen…), schrijftips te geven, artikelen te schrijven. Helemaal hyper (en happy!) word ik ervan. Binnenkort zet ik een schrijfoefening op Schot in schrijven, waarmee schrijvers kans maken op gratis feedback op een kort verhaal. Heb er zin in!

Op dag twee na de lancering van mijn website, kreeg ik trouwens al een leuke mail over een mogelijke, wat grotere opdracht. Wordt vervolgd.

Hier, op dit blog zal ik mijn eigen schrijfervaringen blijven delen. Wil je op de hoogte blijven van de schrijfcoachingsactiviteiten, volg me dan op twitter (@Schot_Schrijven)

Kinderboekenschrijver?

In 2010 begon ik met het schrijven van mijn eerste kinderboek, dat in 2011 onder de titel ‘Mijn oma is een engel’ werd uitgegeven. De jaren daarna schreef ik een paar prentenboekverhalen, een aantal jeugdboeken (waarvan ‘Perspectief‘ dit jaar nog wordt uitgegeven!). De meeste jeugdboeken die ik heb geschreven beschouw ik als oefenmateriaal. Leuke verhalen, ik ben gek op de personages, maar ik heb ze niet op de top van mijn kunnen geschreven, niet alles eruit gehaald wat er in zit. En eerlijk? Ik heb ook niet veel zin om weer een hele periode met die verhalen bezig te zijn, er liggen veel te veel leuke, speciale ‘half-affe’ manuscripten te wachten om mee verder te gaan.

Vanaf dat ik me heb vastgebeten in ‘Zinloze vrouw’ (nu twee jaar geleden), daalt mijn behoefte om kinderboeken te schrijven. Hoewel ik me nooit heb willen vastleggen in een bepaald genre, merk ik dat ik vooral zin heb om voor volwassenen te schrijven. Waarom? Misschien omdat ik me dan niet in hoef te houden. Ik kan in mijn romans veel meer de diepte ingaan. Niet dat dat met kinderboeken per definitie niet kan, ík kan dat minder. Ik schrijf nu eenmaal graag heftige, zelfs wat zware verhalen. Duik in de psyche van mijn personages, keer ze binnenstebuiten, houd ze ondersteboven, achterstevoren, ontleed ze en schuw groot verdriet en de dood niet.

Ik denk dat ik afscheid heb genomen van fase. Voor mijn kinderen zal ik misschien nog wel eens een verhaal schrijven. Ik wil ‘Droog’ nog af maken (Young Adult), maar ik zal me vooral bezighouden met psychologische romans (is dat een bestaand genre?). Eerst neem ik ‘María’ onderhanden (wat een heerlijk verhaal! Wat een geweldige vrouwen zijn mijn hoofdpersonages!). Daarna is ‘Esmee’ aan de beurt, dan mag ik ‘Droog’ af maken, misschien nog verder met het historische verhaal ‘Stormvloed’… Kortom, genoeg leuks te doen.

Schrijftips

Een blogje met schrijftips, net als deze (klik).
Waarom? Nou, omdat ik zelf weer eens niet verder kwam met mijn verhaal en veel aan mijn eigen tips had.

De reden dat het even niet wilde met schrijven, was vanwege een vervelend drukke anderhalve week. Toen ik dit weekend eindelijk mijn verhaal weer open kon trekken, schreef ik ontzettend beroerd, heel traag, maar ik schreef! En het duurde slechts 400 woorden voor ik weer helemaal in het verhaal zat.
Dat het daarna weer ‘stroomde’ komt o.a. omdat ik ook in de drukke tijd contact bleef houden met mijn personages. Regelmatig hadden we ‘gesprekken’, niet altijd even relevant voor het verhaal dat ik schrijf, maar daardoor leerde ik de personages wel nog beter kennen.

Tip 1: blijf in contact met je personages. Voer gesprekken met ze, houd eventueel een dagboek bij uit naam van je karakter(s), klets over banale, dagelijkse dingen en praat over diepgravende zieleroerselen.

Tip 2: laat je verhaal nooit helemaal los. Sluit af en toe even je ogen en stel je voor dat je middenin ene bepaalde scène van je verhaal staat. Bij voorkeur een scène die nog niet zo heel goed loopt. Ruik, voel, proef en kijk om je heen. Ervaar wat je personage ervaart.

Tip 3: praat met anderen over je verhaal. Ik weet dat dat niet voor iedereen goed werkt, maar mij helpt het om onduidelijkheden helder te krijgen en om me nog beter in te leven. Soms blijkt iets in mijn hoofd zo helder, zo logisch te zijn, maar totaal niet over te komen. Vertel er wel bij dat je over fictie aan het praten bent, want mijn man vraagt zich regelmatig af over wie ik het nú weer heb, tot blijkt dat ik het over een personage uit mijn manuscript had.
Heb je geen welwillend slachtoffer, praat dan hardop tegen jezelf over het verhaal, zo hoor je zelf al de grootste struikelpunten.

Tip 4: blijf schrijven. Boodschappenlijstjes, liefdesbrieven, tussendoorverhalen, uitwerking van personages/omgeving/verhaallijn. Maakt niet veel uit wat, maar schrijf! Op slechte dagen schrijf ik soms maar drie woorden aan mijn manuscript, maar dan ben ik er wel even mee bezig geweest.

Tip 5: geef de moed niet op! Als je bezig blijft met je verhaal en erin gelooft (ja, ja, klinkt vaag, zweverig zelfs), er niet voor wegloopt, komt er echt wel weer een schrijfflow. En iedereen weet natuurlijk: de uitdrukking dat een goed boek zichzelf schrijft is absoluut dikke onzin! Schrijven is leuk, maar heel hard werken.

Drie jaar!

Gisteren zuchtte ik onder een afwijzing van een (vrij grote) uitgeverij. Eigenlijk was die afwijzing heel erg mooi, dit stond er namelijk o.a. in:

… ik moet u helaas vertellen dat het niet in aanmerking komt voor uitgave in ons fonds. Dit ligt niet aan de schrijfstijl; het is best goed geschreven, het leest prettig en je kunt merken dat u ervaring met en gevoel heeft voor het schrijven. Als lezer ga ja al snel mee in de belevingswereld van Kim.
Het wisselende perspectief werkt ook prima en geeft bovendien vaart en spanning.

Toch was het wel even slikken: de zoveelste afwijzing dit jaar. De zoveelste keer dat een uitgever zegt dat ik goed schrijf, het verhaal interessant is, maar niet past binnen het fonds vanwege te heftig of commercieel niet aantrekkelijk.

Ho! Stop! Ja, ik mag best even slikken – vind ik zelf – maar eigenlijk heb ik weinig reden tot klagen. Deze maand vier ik dat ik drie jaar schrijf. Nee, ik ben niet een schrijver die het al van jongs af aan in zich had. Of misschien had ik het wel in me, maar het kwam er niet uit.
Drie jaar ben ik serieus en hard aan het werk. Maar wel middenin de huiskamer, tussen spelende, pratende, dansende, zingende kinderen en tussen de noodzakelijke huishoudelijke taken door en moet je eens kijken wat ik in die korte tijd voor elkaar heb gekregen:
Een aantal kleine publicaties, mooie korte verhalen geschreven (lees bijvoorbeeld ‘Stranden‘), een kinderboek gepubliceerd en mijn tweede boek (jeugdboek) ‘Perspectief’ komt eraan (de eindredactie is klaar, de cover en achterflap worden gemaakt).
Daarnaast krijg ik niet alleen van lezers mooie, vaak ontroerende reacties, maar ook van uitgevers. Waar veel schrijvers het moeten doen met een standaard afwijzing, heb ik een indrukwekkende verzameling goed onderbouwde afwijzingen, hebben redacteuren mijn manuscripten écht gelezen en de moeite genomen daarop te reageren.

Drie jaar ben ik nog maar bezig. En al wisselen jubels en scheldwoorden elkaar af (misschien wel in het voordeel van de scheldwoorden) en al is het vaker een geworstel dan dat het vanzelf gaat: het is heerlijk om personages te leren kennen, te doorgronden, een nieuw verhaal te bedenken, de grove lijn neer te zetten, te schrappen en schaven, prutsen om de zinnen en woorden precies goed te krijgen.
Soms word ik wat ongeduldig omdat ik ook graag wil dat de wereld mijn verhalen leest, maar als ik dit zo eens op een rijtje zet besef ik weer: ik ga goed zo en ik ga snel! Ik eet er vandaag maar een gebakje op en vier dat ik al drie jaar het mooiste werk van de wereld heb!

Een schrijver…

… zit achter zijn/haar bureau (het liefst op een zolderkamertje) en schrijft. Toch?
Nou, nee, en ik kan niet eens zeggen: was dat maar waar (saai!).
Schrijven is vandaag bijvoorbeeld: puzzelen, eindeloos uit het raam staren terwijl ik hard aan het nadenken ben, personages nog beter doorgronden, schema’s maken en achter de werkelijke gebeurtenissen van het verhaal zien te komen.

Zoals ik eerder al schreef vertellen mijn personages de verhalen. Het probleem met ‘María‘ is dat alleen zíj het verhaal vertelt en zij is alles behalve objectief. De andere personage, Noa, is wat dat betreft betrouwbaarder, maar kent de derde personage (Max) niet. Nu kan ik hem ondervragen, maar hij heeft niet zoveel belang bij de waarheid. Denk ik, tenminste, want de waarheid ken ik zelf dus ook niet helemaal.

Kunnen jullie het nog volgen? 😉

Ik duik weer onder op mijn denkbeeldige zolderkamer en ga de stofnesten maar eens weghalen in de hoop op een helder inzicht.

De schrijver leest…

… drie boeken tegelijk.
Boek 1 heb ik een poos geleden van broerlief geleend: ‘Het pantserhart’ van Jo Nesbo. Het is een spannend, goed geschreven boek, vol interessante wendingen en (korte) perspectiefwisselingen.
’s Avonds als man en ik vinden dat het bedtijd is, ren ik als eerste de trap op, duik met het boek in bed en verslind de pagina’s met mijn ogen. Zodra manlief ook in bed springt, schuif ik het boek onder het bed. Ik kruip toch nog altijd liever tegen hem aan dan tegen mijn boek. Oké, dat betekent dat ik hooguit tien minuten kan lezen, maar ik heb dan wel het beste van twee werelden.

Boek 2 heb ik vorige week voor mijn verjaardag gekregen. Manlief gaf het met de woorden: ‘Als schrijver en zeker met de kant die jij op wil is dit een klassieker die je gelezen moet hebben. ‘Slaughterhouse 5’ van Kurt Vonnegut. (Ik heb de Nederlandse vertaling, maar vind de Engelse titel mooier, vandaar.)
Dit boek lees ik als beloning na een goede schrijfdag, of als ik een pauze verdiend heb. Ik moet zeggen: ik ben nog niet ver, maar het is een boek dat me grijpt en niet loslaat!

Boek 3 heb ik mezelf cadeau gedaan: ‘Het geheim van de schrijver’ van Renate Dorrestein. Ik lees het 2x per week tijdens de zwemlessen van twee van mijn kinderen. Afhankelijk van hoe lief de jongste twee aan het spelen zijn, lees ik 0 – 30 minuten per keer.
Het is een heerlijk boek dat leest als een roman, maar waar je ondertussen heel veel van opsteekt. Daarnaast is het voor mij erg herkenbaar. Fijn om te weten dat ik niet de enige ben die op die manier werkt.

En nu vlug aan mijn schrijfwerk, kan ik straks nog even Vonnegut lezen. 😉

Twijfel en geploeter

Schreef ik in mijn vorige blog nog enthousiast over mijn plan om stukken vanuit een ander perspectief te schrijven in Goliath en dat de inspiratiekraan open stond, nu twijfel ik weer flink. Ja, Masja heeft een eigen stem gekregen, ja, ik heb inmiddels een stukje geschreven vanuit dader-perspectief (leuk om te doen!), maar zijn het wel verbeteringen? Is het ondanks de eigen stem, niet meer van hetzelfde? Het schrijven gaat ook woordje voor woordje (maar zo ontstaan er ook zinnen en alinea’s, pepte iemand me heel lief op!)
Zucht! Waar is de schrijfflow als je ‘m nodig hebt? Waarom is schrijven de laatste tijd voornamelijk ploeteren, onzeker zijn, schrappen en piekeren?
Natuurlijk, ook dat hoort allemaal bij het proces. Maar wat zou ik graag weer eens lekker door willen schrijven, i.p.v. mezelf steeds een figuurlijke schop te moeten geven om aan de slag te gaan.
Waarom ik dan niet gewoon wat anders ga doen?
Heel simpel, omdat ik ondanks het gezwoeg er enorm van houd om verhalen neer te zetten, personages te creëren, na te denken over een goed plot. En ik kan mijn verhalen niet loslaten. Ze moeten verteld worden.
Verhaalideeën komen altijd aanwaaien, personages zíjn er gewoon, daar hoef ik weinig moeite voor te doen. Maar het uitwerken van het plot, het goed neerzetten van het verhaal kost bloed, zweet en tranen en heel veel douchebeurten. 😉
Voor er misverstanden ontstaan: zielig ben ik allerminst hoor! Laat mij maar zweten, wakker liggen en worstelen. Des te meer voldoening geeft het me als ik iets goeds heb neergezet! En stiekem houd ik er ook wel van!

De kraan staat open

Vol spanning keek ik uit naar de feedback die ik terug zou krijgen op laatste hoofdstukken van Goliath. Nog even het proefleescommentaar verwerken en dan was dat manuscript klaar!
Dacht ik.
Hoopte ik stiekem ook wel een beetje.
En toen kreeg ik mail met feedback, super! Maar er stond een indringende zin in de mail: met dit verhaal moet je meer!
Daarbij nog wat goede tips.
Ik moet toegeven, ze had gelijk. Natuurlijk had ze gelijk. Dit verhaal van amper 40.000 woorden, kan langer, er kan meer uit. Eerlijk is eerlijk, ik moest wel even zuchten, slikken en grommen. Maar toen was het alsof de inspiratiekraan was opengedraaid. Helaas was het bedtijd, dus snel even het een en ander opschrijven, voordat het een nacht vol malende verhalen werd.
Wat ik nu ga doen, is een idee waar ik al een tijdje mee speelde. De tweede hoofdpersoon, Masja, krijgt een eigen stem, een eigen perspectief. Maakt meteen de proloog overbodig die, vanuit haar perspectief geschreven, een beetje los aan het verhaal hing. En heel misschien komen er ook stukjes vanuit daderperspectief.
Dank je wel, lieve proeflezer, voor het opendraaien van de verhalenkraan.
Marein gaat even in de kast terug, Loslaten moet naar een proeflezer, en ik ga schrijven aan Goliath.

To do

Even weer eens een lijstje met wat ik allemaal moet doen aan schrijfwerk.

  • Proefleescommentaar op Goliath verwerken -> daarna is het af!
  • Herschrijving van ‘Loslaten’ af maken -> dan kan het naar proeflezers.
  • Verhaallijn Lander uitwerken en herschrijven -> daarna naar proeflezers sturen.
  • Marein/Grenzeloos nalezen -> daarna redacteur zoeken.
  • Research voor Stormvloed doen -> daarna lekker schrijven.

En dan heb ik nog een manuscript (Droog) waar ik tijdens NaNoWriMo aan begonnen ben (ruim 6000 woorden staan), een leuk idee voor een manuscript (Betoverd) waar de eerste zinnen van staan plus een beknopte verhaallijn en een manuscript van een thriller (Esmee) die al jaren ligt te verstoffen op de pc, maar waar toch al 30.000 woorden van staan en wat ik nog steeds een leuk verhaal vind. Tussendoor natuurlijk proeflezen voor mijn collega’s.
Heeft iemand wat extra tijd en een dosis energie voor mij?

Ken je personages…

… of niet.  Dan denk je je hoofdpersoon door en door te kennen, heeft ze toch nog een verrassing voor je in petto. Kim hield niet alleen voor haar man, maar ook voor mij iemand achter. En laat die figuur nou net voor de extra spanning zorgen die het verhaal nodig heeft.

Hoe leer jij je personages kennen? Ik maak altijd van alle karakters een biografie. Daar staat vanalles in: leeftijd, geslacht, uiterlijk, werk, hobby’s, (eigen)aardigheden, woonomgeving, etc. De hoofdlijst maak ik voordat ik ook maar een letter van het verhaal geschreven heb, maar tijdens het schrijven vul ik het regelmatig aan. Voor Kim stond er o.a.:

Magere vrouw, bleke huid, sproetjes, kastanjerood haar. Kan niet koken. Intelligent. Stort zich vol op de liefde. Veel last van angsten (door verleden). Look naturel.

En nog een heleboel meer, maar dan verklap ik te veel van het verhaal. 🙂 Goed uitgewerkte personages vind ik ontzettend belangrijk. Gelukkig is dat ook een van mijn sterke punten!
Natuurlijk ben ik de bedenker van het verhaal en de personages, maar ze zijn vaak behoorlijk eigenwijs (zie blogje).