Woordbraken en andere tips

Na een paar dagen niet geschreven te hebben – druk met kinderen, achterstallig huishouden en de zoektocht naar een nieuwe bakfiets – was ik helemaal uit het verhaal. Esmee was ver weg en ik kon niet bij haar in de buurt komen, laat staan in haar hoofd kruipen,  of zij in de mijne.
Toch wilde ik verder, móest ik verder. Behalve dat ik ontwenningsverschijnselen kreeg van het niet schrijven (bij mij uit zich dat vooral in een enorme onrust en gechagrijn), moet dat verhaal een keer af.
Een aantal dingen die mij hielpen om op gang te komen, wil ik jullie niet onthouden.

Om te beginnen zonderde ik me af onder de douche en focuste me op Esmee en haar situatie. Door de rust en het stromende water lukte het me om opnieuw in het verhaal te komen.
Geen zin in een douche? Een fietstocht, wandeling, koken, werkt allemaal om het verhaal weer te laten stromen.

Een stukje in het ik-perspectief schrijven (dit verhaal is personaal geschreven) maakte dat ik me helemaal in kon leven in haar gedachtenwereld, gevoelswereld.

Woordbraken. Gewoon het document openen en schrijven. Boeit niet of het goede zinnen zijn, of je te veel herhaalt of de zinsopbouw telkens hetzelfde is, als je maar schrijft! Herschrijven komt later wel en dan kun je alles bijschaven en stukken schrappen. Ik kwam erdoor op gang en als ik de helft van die woorden uiteindelijk kan gebruiken is dat hartstikke mooi! En anders ben ik door dat gebraak in elk geval weer in die heerlijke schrijfflow gekomen.

Heb je ook schrijftips, deel ze vooral hieronder in het reactieveld!