Stormvloed uit het stof

Nu mijn wedstrijd-kinderverhaal de deur uit is, Goliath door een geïnteresseerde uitgever (jubel-joechei!) gelezen wordt en ‘Marein’ bij twee proeflezers ligt, heb ik even tijd om lekker met Stormvloed bezig te zijn.
En ja hoor, meteen struikelde ik twee keer op een dag.

De eerste keer omdat ik geen keuze kon maken uit de verschillende schrijfperspectieven. Zowel het alwetend perspectief als wisselend personaal-perspectief hadden allebei voor- en nadelen. Uiteindelijk heb ik met behulp van een hoofdstukindeling (had ik ook nog nooit eerder gedaan) bepaald dat ik voor het wisselend personaal ga en dat kwam nog supergoed uit ook!

Het tweede struikelpunt was dat ik besloten heb om dit manuscript in een ruk door te schrijven. Normaal ga ik na een hoofdstuk – of zelfs nog eerder – al met herschrijven beginnen. Eindeloos kan ik prutsen op zinnen en woorden, de boel weer omgooien en terugzetten. Leuk om te doen hoor, maar met het verhaal schiet het dan natuurlijk niet op. Dat vroeg om drastische maatregelen, vandaar dat ik nu helemaal niet meer tussendoor mag herschrijven; eerst moet de eerste versie staan. Goed, na de eerste 500 woorden had ik al spijt. 😉 Maar ik heb me aan mijn afspraak gehouden, goed hè?

Nog een afspraak die ik met mezelf heb gemaakt is dat ik vijf dagen per week 500 woorden aan Stormvloed moet schrijven. Dat moet te doen zijn naast mijn andere bezigheden en zo blijf ik lekker in het verhaal. Grote, belangrijke punten in het verhaal moet ik eerst nog ‘researchen’, andere dingen zoek ik op als het verhaal staat.