‘Perspectief’ komt eraan

Vorige week kreeg ik leuke mail, erg leuke mail, zelfs! Het was een bericht van mijn uitgever Tobi Vroegh met daarin de omslag van mijn jeugdboek (13+) ‘Perspectief’ dat eind november zal verschijnen. Ook het binnenwerk was in pdf bijgevoegd. Leuk, leuk! Bijna wordt de proefdruk aangevraagd. Om dat te vieren, meteen maar een speciale pagina op mijn blog toegevoegd met daarop de omslag en een fragment uit het boek.

‘Perspectief’ schreef ik ver voor Zinloze vrouw. Best even raar om dat terug te lezen, want uiteraard is mijn schrijfstijl met de jaren veranderd, gegroeid. Toch ben ik blij met dit boek! De personages hebben nog altijd een plek in mijn hoofd en mijn hart en het is fijn dat ‘de wereld’ bijna kennis kan maken met o.a. de twee hoofdpersonages Charlotte (14 jaar) en haar moeder Nienke.

Schrijfpauze (+ fragmenten ‘Bloem’)

Ik heb een schrijfpauze. Niet omdat ik een schrijfdip heb, maar omdat ik superdruk ben met andere leuke dingen en die gaan nu even voor. Leuk, want hele leuke plannen. Niet leuk, want ‘María’ moet af, ‘Bloem’ moet geschreven. Het kriebelt enorm om verder te gaan met schrijven. Met Bloem zit ik ondanks de stop nog steeds zo in een flow, dat zodra ik het verhaal open, de woorden beginnen te stromen. En dat deed ik vandaag. Omdat het verhaal nu bíjna 10.000 woorden telt, trakteer ik jullie op twee fragmentjes:

Fragment 1 (Dolf, de ex van Lara, heeft hun dochter thuisgebracht. Samen eten ze voor hij weer vertrekt):

Ze snuift haar neus, schuift de stoel naar achteren en loopt naar de keuken. Tegen het aanrecht blijft ze staan. Ze zou ook eens kunnen proberen gewoon te doen tegen Dolf. Al is het maar voor Bloem. Aantrekken, afstoten. Die man haalt het bloed onder haar nagels vandaan, tegelijk maakt hij haar gek van opwinding. Volgens mij lijken jullie behoorlijk op elkaar… Hoe komt Bas erbij. Uit de keukenkast haalt ze de glazen waterkan en schenkt hem vol. Vanuit de kamer klinkt de aanstekelijke lach van Bloem. Lara draait de kraan dicht. Lief glimlachen. Voor Bloem. Verleidelijk kijken. Voor Dolf. Goede vrede. Straks Bloem douchen en insmeren met lotion, zodat ze weer naar thuis ruikt. Met de volle kan en twee glazen loopt ze naar de kamer. ‘Nog plannen voor vanavond?’
Dolf kijkt haar strak aan. ‘Niets waar jíj rekening mee hoeft te houden, liefje.’ Zijn stem klinkt zacht, kalm, zelfs lief, maar zijn ogen wijzen haar terecht, zetten haar op haar plek. Natuurlijk, het gaat haar niets aan. Niet meer. En zelfs toen het haar wel aanging, ging het haar niets aan. Dolf is vrij. Altijd geweest. Dat was precies het hele probleem in hun relatie. Nee, ze lijken niet op elkaar. Lara wil juist gebonden zijn, bij iemand horen, alles samendoen. Is dat zo? Wil ze niet alleen dat iemand aan haar gebonden is? De patat is afgekoeld en smaakt naar karton.
‘Mag ik jouwnes?’ vraagt Bloem en pikt een patatje van haar bord. Ze knikt en schuift haar bord naar Bloem.

Fragment 2:

‘Mámá!’
Lara schiet overeind, stoot haar hoofd tegen de bedrand en graait naar het nachtlampje dat naast haar bed hoort te staan. Weg. Dan beseft ze dat ze niet in haar eigen bed ligt, maar bij Bloem, die haar zachte gesnik over laat gaan in hartverscheurend gehuil. Haar hart bonst als een bezetene. ‘Meisje, meisje. Wat is er gebeurd?’
Gehuil zonder woorden.
‘Toe nou, Bloem, niet huilen.’ Ze aait het meisje – dat inmiddels dicht tegen haar aangekropen ligt – over haar rug, haar haren. ‘Sssst… wat is er toch?’ Onrust grijpt zich met tentakels vast aan haar ingewanden en rukt en trekt. Intuïtie, dame. Vrouwelijke intuïtie. Goud waard. Ze had moeten luisteren naar Merel. Naar zichzelf. Moeten kijken naar Bloem. Alziende blind.
‘Dorst.’
‘Wil je wat water? Of zal ik warme melk voor je maken?’
‘Water.’
Lara staat op, loopt naar beneden om een glas water te halen. Als ze terugkomt slaat haar hart twee tikken over, haar adem schiet naar haar keel. Het bed van Bloem is leeg.

Je nachtmerrie komt uit. Bloem. Weg. Eenzaam en alleen zul je achterblijven. Onbegrepen. Vernederd en verlaten door iedereen die je liefhad. Had je ooit wel echt lief? Hoorden ze wel bij de Goeden? Vragen, vragen. Angsten, angsten. Waanzin. Dood. Bloemetje… Bloem. Bloem. Bloemetje…

My way

Anderhalf jaar heb ik braaf aan één manuscript tegelijk gewerkt. In totaal ben ik in die periode wel met drie verschillende verhalen bezig geweest (twee herschrijfrondes voor twee uitgevers en ‘María’), maar altijd na elkaar. (Dit in tegenstelling tot mijn andere schrijfjaren. Dan werkte ik aan twee, soms wel drie manuscripten tegelijk.)

Maar het voelde niet goed. Ik wrong mezelf in een keurslijf, deed iets omdat anderen dat ook doen en het dus wel goed zal zijn. Ik werd er onrustig van en het ontbrak me meer en meer aan focus.

Vorige week werd ik kriegel van het ‘zo hoort het’ idee. Wie bepaalt hoe ik schrijf, wat voor mij het beste werkt? Juist.
Dus vanaf nu werk ik weer aan twee manuscripten tegelijk. ‘María’ en ‘Bloem‘. Een prima combinatie want met ‘María’ zit ik in de laatste herschrijfronde voordat het manuscript naar een proeflezer gaat en ‘Bloem’ zit in de opstartfase.

In plaats van een week zitten tobben over een bepaald stukje in een verhaal, kan ik het nu opzij leggen en verder met het andere verhaal. De personages wonen in mij, zijn er altijd. Ik hoef ze maar op te roepen en ze spreken. Dus bang voor verwarring ben ik niet. Het mooie is dat in mijn onderbewustzijn de verhalen doorgaan. Het kan dus gebeuren dat ik opeens een geweldig idee krijg en verder kan met het verhaal dat opzij geparkeerd stond.

Ik voel me enorm opeglucht door deze beslissing. Vanaf nu doe ik het weer helemaal op mijn manier.

Gelukt!

O jee! Het is weer gelukt hoor.
Al dagenlang hoorde ik een zacht gefluister in mijn hoofd. Vanavond zwol dat aan tot gedrein en nu?
Ja hoor! Een nieuw verhaalidee. En wat voor één. Een heftig, verdrietig verhaal. De titel is er één die mijn man onlangs bedacht, zonder dat ik dus een verhaalidee had.

Toch parkeer ik het nieuwe verhaal opzij om het een half jaar te laten mopperen en sudderen. Eerst moet ‘María’ af!

Controverse

Naast zes lovende recensies (en een berg mooie reacties van lezers) kreeg Zinloze vrouw ook twee minder positieve recensies. ‘Daar leer je van,’ was een veel gehoorde kreet. Ik mokte maar wat en dacht er stilletjes het mijne van. Ik sta voor 100% achter het verhaal en zou het nu niet anders geschreven hebben. Inhoudelijk, tenminste, want op zinsniveau leer ik verder en kan het altijd beter. Maar de kritiek ging steeds over de inhoud. En zeg nou zelf, het is niet leuk om te horen dat je hoofdpersoon – die worstelt met een levensgroot trauma – eindeloos aan het jammeren is. Het is niet fijn om te horen dat een lezer niet geraakt wordt door een personages waar je je ziel en zaligheid in hebt gelegd. Dat doet best een beetje pijn.

Toch heb ik er inderdaad wel van geleerd. Namelijk dat kritiek op de inhoud van een boek zo subjectief is als wat. En dat een slechte recensie niet betekent dat mijn boek slechter verkoopt. Integendeel. Juist die controverse zorgt ervoor dat het boek aantrekkelijker wordt voor lezers. Er is blijkbaar iets mee. Het is niet ‘mainstream’. Men heeft er een mening over. Bij elke recensie (positief en negatief, dus) merk ik dan ook een stijging van de verkoop.

Verder waren de recensies een bevestiging van wat ik al dacht: ik heb een goed verhaal geschreven en juist omdat ik niet 13-in-een-dozijn schrijf zal een deel van de lezers het interessant/mooi/goed vinden, een ander deel zal het te zwaar/somber/gezeur vinden.

Boven mijn werkplek hangen schrijfregels van Kurt Vonnegut. Ik sluit dit blogje af met mijn absolute stelregel:

“Write to please just one person. If you open a window and make love to the world, so to speak, your story will get pneumonia.”

Over een recensie

Ook minder leuke recensies zijn er om gedeeld te worden. Zo krijgt de lezer een compleet, eerlijk beeld van de reacties op ‘Zinloze vrouw’. Bovendien als ik de negatieve recensies eruit zou filteren, zouden de positieve ook weinig waard zijn.
Toch wil ik heel kort op deze recensie van Lekkerlezen.nl ingaan. Er wordt nl. als negatief en onrealistisch genoemd dat Levi – de grote liefde van Kim – te lief, te veel de prins op het witte paard is.

 

Quote:
Levi aan de andere kant is teveel “de prins op het witte paard”. Hij is het soort man waardoor vrouwen altijd single blijven. Want terwijl ze wachten op “hem”, vergeten ze het simpele feit dat zo iemand niet bestaat. Hij is een man, zoals die alleen in de fantasie van een vrouw kan bestaan.

Maar natuurlijk is Levi het prototype ‘ideale man’. We zien hem namelijk door de niet objectieve ogen van een zwaar getraumatiseerde vrouw die hem op een enorm voetstuk heeft gezet.

Beginfragment ‘María’

De kleurrijke spiegel van María Verda

‘Noa, ik wil dat je vannacht hier blijft.’
Ze weet het al voor ik het uitgesproken heb, ze mag nu niet weg. Gelukkig knikt ze. Tegelijk wilde ik dat ze nee had gezegd. Hoe moet het verder? Ik weet zelfs niet of de tinteling in mijn buik prettig voelt of storend.
‘Maar dan slaap ik wel bij jou.’
Wat zegt ze nou? Ik zoek naar de twinkeling in haar ogen, de lachplooi om haar mond.
‘In bed.’ Haar stem klinkt zacht, verleidelijk.
Ik wil dit niet, het gaat te snel! Verwachtingsvol kijkt ze naar mij, haar hand beweegt naar haar mond en ze stopt haar duimnagel tussen haar tanden.
‘Nee,’ zeg ik zo beslist mogelijk terwijl alles in mij ‘ja’ schreeuwt. ‘Nee. Dat mag niet, kan niet. Misschien later.’ Even slaat ze haar ogen neer, dan recht ze haar rug en glimlacht. De twinkels zijn terug en voor ik helemaal gesmolten ben, trek ik mijn harnas aan dat me beschermt tegen nog meer gevoelens.
Wat zou Max ervan vinden als zij en ik… Ik met een vrouw? Een meisje nog, met haar achttien jaar. Madre mía, wat is liefde ingewikkeld.
Noa aait over mijn haar. ‘Je bent schattig als je zo onzeker bent,’ zegt ze. ‘Het is goed, ik slaap wel in de logeerkamer.’
‘Nee.’ Mijn ademhaling scheit omhoog en blijft als een brok steken in mijn keel. Ik slik, en nog eens. ‘We slepen een matras naar mijn kamer en maken het daar op.’ Ik pers er een glimlach uit, half opgelucht om mijn eigen voorstel. De lach van haar kan ik niet duiden. Wat denkt ze van mij? Wat wil ze van mij? Wat voelt ze voor mij?
Over wat ik voel kan ik kort zijn: liefde. Puur, intens. Toch durf ik daar niet aan toe te geven, bang voor wat er gebeurt als ik die kraan openzet. Daarbij natuurlijk mijn buurman Max. Vanmorgen toen ik de deur uit ging glimlachte hij naar me en knikte. Ik zou hem uit mijn hoofd moeten zetten, maar dit soort kleine uitingen van liefde geven me kracht om te blijven geloven in hem, in ons.
Noa, wat kijkt ze onderzoekend naar mij. Had ik ergens op moeten reageren?
Pollo en Huevo, ze moeten eten voor ze op stok gaan. ‘Zo terug,’ mompel ik. Op haar vragende blik vul ik aan: ‘De kippen.’
Ze knikt.
Ik snuif mijn longen vol frisse lucht en strooi de granen in de kippenren. ‘Kom, chicas, je hok in.’ De meisjes vliegen de ren in en pikken van de graantjes alsof ze uitgehongerd zijn. Ik sluit het deurtje en kom overeind. Halverwege verstijf ik. Zacht gepraat in de tuin van de buren. Mijn oren hang ik over de muur in de hoop het gesprek te kunnen volgen. De woorden klinken bits, een enkele harde uithaal. De venijnige fluisterstem van Sophie sist wat harder dan de brommerige stem van Max. ‘Idioot!,’ versta ik, en ‘donderop naar…’
‘Ben je nou nog niet klaar?’
Noa. Verdomme! Nu heb ik cruciale woorden gemist. Ik geef geen antwoord en ga achter haar aan naar binnen.
Wat zou er bij Max en Sophie aan de hand zijn? Zou hij vreemdgegaan zijn? Dan moet ik naar lucht happen en een stoot adrenaline jaagt het bloed door mijn aderen. Ze heeft het ontdekt! Ze heeft zijn liefde voor mij ontdekt. Noa moet weg. Naar huis. Grote kans dat Max straks aanbelt op zoek naar troost en warmte. Stel je voor dat hij Noa en mij dan op één kamer, of erger nog… Nee, Noa moet nu naar huis. Het logeerpartijtje doen we wel een andere keer. Of niet.
‘Noa?’ zeg ik liefjes, maar ik hoor de spanning in mijn stem. ‘Noa, ik, ehm. Je moet naar huis. Ik kan het niet.’
Met grote ogen kijkt ze me aan en trekt die verdomde wenkbrauw weer op. Alles wat zo-even nog charmant aan haar was, aantrekkelijk, sexy zelfs, is nu een grote irritatiefactor. Haar ogen om in te verdrinken zijn veranderd in een modderpoel, haar glimlach waar ik kriebels van in mijn buik kreeg, zorgt nu voor jeuk, alsof een bende rode mieren over mijn lichaam dendert. Ga weg, ga weg! Ik probeer te blijven lachen en kijk omlaag om te voorkomen dat ze binnenkomt met die modderpoelen.
‘María? Kom ik te dichtbij?’
Ik knik. Wat moet ik anders? Als ik mijn gevoel een stem gaf, zou ik haar alleen maar bot afwijzen en dat heeft ze niet verdiend.
‘Lieverdje toch.’
Lachwekkend zoals zij me lieverdje noemt, ik ben bijna vijfentwintig jaar ouder!
Wat doet ze nu? Ze komt op me af. Donder op, wil ik roepen. In plaats daarvan laat ik me tegen haar aandrukken. Ze ruikt kruidig, mijn benen worden slap en mijn hart gaat wild tekeer. Misschien zijn personages uit bouquetreeksen realistischer dan ik dacht.
Max. Ik wil Max, dus Noa moet weg. Ik blijf die woorden herhalen om mezelf helemaal te overtuigen. Mocht hij vanavond niet bij mij aanbellen, dan mag Noa weer komen. Graag zelfs. Mijn hele lichaam geeft verlangen aan. Verlangen naar warmte, naar liefde. Van haar. Of Max. Ik zucht, terwijl zij me zacht heen en weer wiegt. Gecompliceerd. Dat is het synoniem voor liefde. Niet voor niks dat ik op mijn tweeënveertigste nog maagd ben.
Ze drukt een kus op mijn wang, knijpt zacht in mijn bovenarm en loopt de kamer uit, om binnen seconden mijn huis te verlaten, maar niet mijn leven. Hoop ik.
‘Zie ik je snel weer?’ roep ik tegen haar rug.
Ze draait zich om. ‘Wanneer jij er aan toe bent, María.’
‘Morgen!’ Mijn stem klinkt paniekerig en dat was niet de bedoeling. Kalme María, afwachtend en zonder stress. Waar is die vrouw gebleven?
Met Noa’s onpeilbare glimlach op mijn netvlies dwalen mijn gedachten af naar drie weken geleden, vlak voor onze eerste ontmoeting. Ik was gelukkig. Mijn leven was misschien saai, maar overzichtelijk met mijn werk, mijn kippetjes, mijn huis en Max.

De titel

Nog één of twee A4-tjes en het verhaal van María staat. Ten minste, de eerste versie. Daarna begint het echte werk en het kost vast nog erg veel tijd om het verhaal grondig te herschrijven.

Terwijl ik mijn gedachten liet gaan over de omslag van het boek (ja, ik loop graag op de feiten vooruit), kwam mijn man – die ook de titel ‘Zinloze vrouw’ heeft bedacht – met een geweldige titel:

Spiegel

 

Kinderboekenschrijver?

In 2010 begon ik met het schrijven van mijn eerste kinderboek, dat in 2011 onder de titel ‘Mijn oma is een engel’ werd uitgegeven. De jaren daarna schreef ik een paar prentenboekverhalen, een aantal jeugdboeken (waarvan ‘Perspectief‘ dit jaar nog wordt uitgegeven!). De meeste jeugdboeken die ik heb geschreven beschouw ik als oefenmateriaal. Leuke verhalen, ik ben gek op de personages, maar ik heb ze niet op de top van mijn kunnen geschreven, niet alles eruit gehaald wat er in zit. En eerlijk? Ik heb ook niet veel zin om weer een hele periode met die verhalen bezig te zijn, er liggen veel te veel leuke, speciale ‘half-affe’ manuscripten te wachten om mee verder te gaan.

Vanaf dat ik me heb vastgebeten in ‘Zinloze vrouw’ (nu twee jaar geleden), daalt mijn behoefte om kinderboeken te schrijven. Hoewel ik me nooit heb willen vastleggen in een bepaald genre, merk ik dat ik vooral zin heb om voor volwassenen te schrijven. Waarom? Misschien omdat ik me dan niet in hoef te houden. Ik kan in mijn romans veel meer de diepte ingaan. Niet dat dat met kinderboeken per definitie niet kan, ík kan dat minder. Ik schrijf nu eenmaal graag heftige, zelfs wat zware verhalen. Duik in de psyche van mijn personages, keer ze binnenstebuiten, houd ze ondersteboven, achterstevoren, ontleed ze en schuw groot verdriet en de dood niet.

Ik denk dat ik afscheid heb genomen van fase. Voor mijn kinderen zal ik misschien nog wel eens een verhaal schrijven. Ik wil ‘Droog’ nog af maken (Young Adult), maar ik zal me vooral bezighouden met psychologische romans (is dat een bestaand genre?). Eerst neem ik ‘María’ onderhanden (wat een heerlijk verhaal! Wat een geweldige vrouwen zijn mijn hoofdpersonages!). Daarna is ‘Esmee’ aan de beurt, dan mag ik ‘Droog’ af maken, misschien nog verder met het historische verhaal ‘Stormvloed’… Kortom, genoeg leuks te doen.

Winactie Zinloze vrouw

Omdat de eerste winactie voor ‘Zinloze vrouw’ een groot succes was en veel mensen hebben aangegeven het boek te willen lezen, knoop ik er meteen een nieuwe actie aan vast.

Iedereen die tussen vrijdag 9 mei en vrijdag 16 mei het boek koopt (e-book of paperback) en het aankoopbewijs naar mij mailt (schrijfwijf apenstaartje gmail . com) doet mee met de verloting van het aankoopbedrag t.w.v. het e-book. De winnaar krijgt dus 4,95 euro op zijn/haar rekening teruggestort.