Woordbraken en andere tips

Na een paar dagen niet geschreven te hebben – druk met kinderen, achterstallig huishouden en de zoektocht naar een nieuwe bakfiets – was ik helemaal uit het verhaal. Esmee was ver weg en ik kon niet bij haar in de buurt komen, laat staan in haar hoofd kruipen,  of zij in de mijne.
Toch wilde ik verder, móest ik verder. Behalve dat ik ontwenningsverschijnselen kreeg van het niet schrijven (bij mij uit zich dat vooral in een enorme onrust en gechagrijn), moet dat verhaal een keer af.
Een aantal dingen die mij hielpen om op gang te komen, wil ik jullie niet onthouden.

Om te beginnen zonderde ik me af onder de douche en focuste me op Esmee en haar situatie. Door de rust en het stromende water lukte het me om opnieuw in het verhaal te komen.
Geen zin in een douche? Een fietstocht, wandeling, koken, werkt allemaal om het verhaal weer te laten stromen.

Een stukje in het ik-perspectief schrijven (dit verhaal is personaal geschreven) maakte dat ik me helemaal in kon leven in haar gedachtenwereld, gevoelswereld.

Woordbraken. Gewoon het document openen en schrijven. Boeit niet of het goede zinnen zijn, of je te veel herhaalt of de zinsopbouw telkens hetzelfde is, als je maar schrijft! Herschrijven komt later wel en dan kun je alles bijschaven en stukken schrappen. Ik kwam erdoor op gang en als ik de helft van die woorden uiteindelijk kan gebruiken is dat hartstikke mooi! En anders ben ik door dat gebraak in elk geval weer in die heerlijke schrijfflow gekomen.

Heb je ook schrijftips, deel ze vooral hieronder in het reactieveld!

Twijfel en geploeter

Schreef ik in mijn vorige blog nog enthousiast over mijn plan om stukken vanuit een ander perspectief te schrijven in Goliath en dat de inspiratiekraan open stond, nu twijfel ik weer flink. Ja, Masja heeft een eigen stem gekregen, ja, ik heb inmiddels een stukje geschreven vanuit dader-perspectief (leuk om te doen!), maar zijn het wel verbeteringen? Is het ondanks de eigen stem, niet meer van hetzelfde? Het schrijven gaat ook woordje voor woordje (maar zo ontstaan er ook zinnen en alinea’s, pepte iemand me heel lief op!)
Zucht! Waar is de schrijfflow als je ‘m nodig hebt? Waarom is schrijven de laatste tijd voornamelijk ploeteren, onzeker zijn, schrappen en piekeren?
Natuurlijk, ook dat hoort allemaal bij het proces. Maar wat zou ik graag weer eens lekker door willen schrijven, i.p.v. mezelf steeds een figuurlijke schop te moeten geven om aan de slag te gaan.
Waarom ik dan niet gewoon wat anders ga doen?
Heel simpel, omdat ik ondanks het gezwoeg er enorm van houd om verhalen neer te zetten, personages te creëren, na te denken over een goed plot. En ik kan mijn verhalen niet loslaten. Ze moeten verteld worden.
Verhaalideeën komen altijd aanwaaien, personages zíjn er gewoon, daar hoef ik weinig moeite voor te doen. Maar het uitwerken van het plot, het goed neerzetten van het verhaal kost bloed, zweet en tranen en heel veel douchebeurten. 😉
Voor er misverstanden ontstaan: zielig ben ik allerminst hoor! Laat mij maar zweten, wakker liggen en worstelen. Des te meer voldoening geeft het me als ik iets goeds heb neergezet! En stiekem houd ik er ook wel van!

Slikken en doorgaan (+fragment ‘Lander’)

Helaas. Geen Vlaams Filmpje voor mij. En heel eerlijk? Ja, ik moest best even heel hard slikken. Oké, nog eerlijker? Er kwamen ook even een paar traantjes. Ik wist dat er sterke concurrentie was, ik weet natuurlijk ook dat ik nog niet zo gek lang schrijf (ruim twee jaar nu) en heus, ik besef ook wel dat ik niet tot de top behoor. En toch, en toch was ik na hard werken over het verhaal van Lander erg tevreden.
Er waren al verschillende proeflezers overheen gegaan en ik bleef ermee worstelen. Totdat mijn man het verhaal las en het genadeloos fileerde. Auw! Dat deed pijn! Maar uiteindelijk kwam zijn feedback het verhaal ten goede. Ik wist eindelijk precies waar de schoen wrong en ik maakte het verhaal beter, af. Naar mijn idee, tenminste.

Nu moet ik gaan nadenken over wat ik met Lander wil doen. Het is een kort verhaal, zo kort dat een gewone uitgever het waarschijnlijk niet zal accepteren. Ga ik het zelf uitgeven? En hoe? Als e-book (botst met de doelgroep) of als papieren boek (duurder). Zal ik er een magisch verhaal bij schrijven en de verhalen samen naar een uitgever sturen? Publiceer ik het gewoon hier, op mijn blog? Ik weet het even niet.

Verhaal in het kort:
Het verhaal begint als Lander zijn oma gaat belt om te vragen of hij langs mag komen. Zijn oma krijgt hij niet aan de telefoon, wel een onbekende man. Onbekend? Of iemand die hij eigenlijk wel heel goed kent?
Dit is het begin van een bizar verhaal. Heeft Lander de macht om een gebeurtenis in de toekomst terug te draaien en daarmee het leven van zijn oma te redden?

Fragment:
Na een vreemd telefoongesprek voelt Lander zich ziek worden. Zijn moeder stuurt hem naar bed.
Lander trekt een dikke pyjama aan en kruipt diep onder de deken in de hoop het wat warmer te krijgen.
Hij is zich er nauwelijks van bewust dat zijn moeder even later bij hem komt. Vaag vangt hij wat gemompelde woorden van haar op ‘dokter bellen’ en ‘hartstikke ziek’. De deur die dicht gaat, veroorzaakt een onaangename tocht. Rillend kruipt hij dieper onder de deken. Zijn hoofd bonkt, het is alsof iemand met schuurpapier zijn keel aan het bewerken is en zijn ogen voelen loodzwaar en branderig. Half wakker, half slapend heeft hij koortsachtige dromen waarin hij verandert in een volwassen man met een baard die steeds langer wordt, totdat hij eruit ziet als Sinterklaas, maar dan met een spijkerbroek aan in plaats van een mantel. Als in een stripverhaal plopt de Sinterklaas-achtige Lander weg en zit hij weer aan de telefoon met de andere Lander Lowe, maar nog voor hij iets kan zeggen, schudt zijn moeder hem wakker.
“Lander, even wakker worden, jongen. De dokter wil je onderzoeken,” fluistert ze in zijn oor. Het volgende moment trekt iemand behoorlijk ruw de deken van hem af. Lander wil schreeuwen dat hij het koud heeft, maar er komt niet meer dan een zielig piepgeluidje uit zijn keel.
“Rustig maar, mannetje.”
Lander kijkt op naar zijn moeder, maar haar gezicht is niet meer dan een bleke maan. Snel sluit hij zijn ogen weer, de felle lamp doet zijn hoofd nog harder bonken. Zijn pyjama wordt omhoog getrokken.
“Auw!”
Een onverwacht koude metalen knop tegen zijn borst.
“Nu even rustig inademen,” zegt de kalme stem van de huisarts. “Goed zo, en nu weer uit. Herhaal dat maar een paar keer.”
Terwijl hij ingestopt wordt, glijdt hij alweer weg in een onrustige slaap.

 

Jaardoelen

Het eerste blogje van 2013. Daar horen mijn beste wensen bij voor mijn bloglezers: dat het maar een mooi schrijf- en leesjaar mag worden!
Natuurlijk heb ik ook nagedacht over mijn schrijfdoelen voor dit jaar en ik ben er inmiddels uit. 😉
Dit jaar wil ik in elk geval twee boeken uitgeven, waarvan één bij een reguliere uitgever en één in eigen beheer. Waarschijnlijk als e-book of een combinatie van papieren versie op aanvraag en een (goedkoop) e-book.
Daarnaast wil ik minimaal twee manuscripten af krijgen. Dat moet lukken! Ik ben nu Goliath aan het fine tunen en hoop dat verhaal in februari af te hebben. Verder werk ik hard aan Loslaten en ik hoop dat manuscript eind van het jaar definitief af te hebben. Het om-schrijven van de derde persoon naar eerste persoon is een hele klus, maar wel een fijne klus!

Wat ligt er verder nog op mijn schrijfplank?
Marein/Grenzeloos-> YA-verhaal, moet alleen nog redactioneel nagekeken worden.
Perspectief -> jeugdverhaal. Ligt bij een enthousiaste uitgever. Even wachten op definitief oordeel.
Stormvloed -> historisch verhaal, ligt nu stil, moet ik nog veel research voor doen, voordat ik eraan kan schrijven.
Prentenboekverhaal van Job en de eik -> ik heb twee verhaaltjes naar een illustratrice gestuurd. Afwachten of zij het wat vindt en er wat mee kan.

En dan komt deze maand de uitslag van de John Flandersprijs (Vlaamse Filmpjes), waar ook een kinderverhaal van mij ligt. En ergens in een stoffig hoekje op mijn pc staat een thrillerverhaal. Ooit schreef ik er al 30.000 woorden aan, nu ligt het al jaren stilletjes te wachten tot ik daar tijd (prioriteit) voor heb. Met alles wat ik inmiddels bijgeleerd heb, verwacht ik dat ik daar nog heel wat werk aan heb.
Genoeg te schrijven dus en voorlopig mag ik van mezelf niet aan iets nieuws beginnen. Een beetje jammer vind ik dat wel, want het is erg leuk om nieuwe personages te leren kennen en stapje voor stapje een plot te ontvouwen.
Maar sinds ik mijn focus op één werk tegelijk houd, werk ik stukken efficiënter, en nog belangrijker: ik zit veel dieper onder de huid van mijn personages. Dat houd ik dus zo.

Ziek en werken

Deze week was ik ziek. Ben ik ziek, moet ik zeggen. Ziek en behoorlijk eigenwijs. Niet alleen vind ik dat ik thuis wel op volle kracht door kan gaan, ik kon heus ook wel even wat schrijfwerk doen. Maar goed, als ik mijn teksten niet tussendoor verberterde, zasg het er zo uit en dat is zo erg nog niet, dad kan ik latere altijd nog b ijwerken. Erger was dat mijn hoofdpersoon eindeloos bleef malen en niet uit haar gedachtenwereld stapte om in de fysieke werkelijkheid actie te ondernemen. Vermoeiend voor de lezer, en voor mij later bij het herschrijven. 😉 De binnenwereld van deze vrouw is erg belangrijk voor het verhaal, maar dit was een beetje overdreven.

En wat ik hier van geleerd heb? Nou, dat het gisteren dus niet ging, het schrijven. Ik ben dan na wat geworstel ook braaf gestopt. Vandaag is het weer een nieuwe dag en hoewel ik nog helemaal niet fit ben (wat een hardnekkig virus is dit), flink wat slaapgebrek heb door kinderen die eveneens ziek zijn, ga ik toch verder met mijn manuscript. Eigenwijs? Ach ja, maar wel in combinatie met doorzettingsvermogen.

Andere werkwijze

Langzaam werd ik hartstikke gek van mijn manier van werken.
Hoewel het altijd goed heeft gevoeld om met meerdere manuscripten bezig te zijn – past bij de chaoot die ik ben – werkte het niet meer. Ik zette ‘oké’ verhalen neer, kreeg wat positieve reacties van uitgevers, maar kwam niet verder. Uitgevers vonden mijn manuscripten goed geschreven, maar niet origineel genoeg. Drie manuscripten had ik af. Of beter gezegd: zo goed als af. Ik wilde te snel, ik wilde alles tegelijk, maar dat past niet bij het feit dat ik ook wil knallen met een fantastisch goed werk. Mijn doel is niet om dertien-in-een-dozijn verhalen te schrijven, mijn doel is om een erg goed, origineel verhaal neer te zetten. Iets waar mensen nog aan terug denken.
Tijd voor een stapje terug om een stap vooruit te komen. Na wat gesprekken met collega’s en met mijn lief, kwam ik tot een nieuwe manier van aanpak: alle manuscripten gaan de ijskast in totdat ik er één helemaal goed heb afgewerkt, er alles uit heb gehaald wat er wat mij betreft in zit. En zo pakte ik Goliath weer bij de lurven. De afgelopen week ben ik met hoofdstuk één bezig geweest, 2400 woorden. Door zo intensief met Goliath bezig te zijn, kon ik weer bij het gevoel van mijn personages komen. Eerst ging ik zelf het hoofdstuk herlezen, herschrijven, stukken schrappen, schaven. Toen ik na deze tiende herschrijf zelf de fouten en onduidelijkheden niet meer zag, stuurde ik het manuscript naar vijf proeflezers. Dat was een meer dan goede zet. Zo fijn dat ze de tijd namen voor mijn verhaal en met allemaal punten kwamen waarmee ik het verder kon verbeteren. Met een heel goed gevoel leg ik dit hoofdstuk opzij en ga ik  – na een weekendje proeflezen – aan de slag met hoofdstuk twee (proeflezers gezocht! ;-)). Eindelijk heb ik weer het gevoel dat ik een stukje verder kom.

NaNoFinito

Tja, en toen besloot ik op 1 november toch mee te doen aan NaNoWriMo. En wel met een zeer beknopte verhaallijn (waar ik eigenlijk nog een half jaar op moest kauwen), twee (van de vijf) goed uitgewerkte hoofdpersonages en een setting.
De manier van schrijven deed me ontzettend goed! Geen eindeloos gepruts aan mijn teksten, maar doorschrijven, meters maken. De personages kwamen sterk over, voerden leuke, pittige dialogen en droegen het verhaal. Welk verhaal? Hm, dat was het grote probleem, want meer dan een vage schets had ik niet. Leuk om ruim 6000 woorden lang goeie dialogen en sterke karakters neer te zetten, maar ik wist nog steeds niet precies waar ze heen moesten, soms letterlijk, want de setting mocht ook wel wat meer uitgewerkt worden. En zo werd het een saai, langdradig stuk. De pit ontbrak.
Ik kon twee dingen doen, of eigenlijk drie: stug doorschrijven (en later het grootste deel weer schrappen -> zonde!), in de tijd (die ik niet had) het verhaal beter uitwerken of stoppen.
Omdat ik dus geen extra tijd heb (groot gezin met jonge kinderen + huishouden + 1667 woorden schrijven = volle dag) heb ik ervoor gekozen om NaNo vaarwel te zeggen. En weet je? Dat voelt goed! Ik heb erg veel gehad aan de eerste vier dagen, een andere manier van werken geleerd (die ik erin ga houden!), en ik ben door NaNoWriMo uit een behoorlijkdiep schrijfdal geklommen. Maar doorschrijven om mijn quotum maar te halen, terwijl het verhaal nergens naar toe gaat is m.i. verspilde tijd. Ik ga mijn NaNo-tijd gebruiken om een van mijn bestaande manuscripten te herschrijven en er een echt sterk verhaal van te maken. Het is nu goed, maar niet goed genoeg. En daar ga ik nú mee beginnen. Succes dappere NaNoWriMo-schrijvers! Wie weet doe ik volgend jaar écht mee. Met een goed uitgewerkte verhaallijn en genoeg tijd.

Na-no of Na-si

Ik ben me er van bewust dat het een luxeprobleem is, maar ik zou zo graag meedoen met NaNoWriMo en ik heb er geen tijd voor! Sowieso is het in mijn drukke gezin erg moeilijk om elke dag zestienhonderdnogwat woorden te schrijven, maar juist de maand november belooft ook op schrijfgebied druk te worden. Ik heb in november namelijk een gesprek met een uitgever voor Perspectief en waarschijnlijk ga ik daarna heel hard met dat manuscript aan het werk onder begeleiding van een redacteur. Ook zijn er verschillende uitgevers geïnteresseerd in Goliath. Niks is zeker, maar ik houd er rekening mee dat binnenkort ook aan dat manuscript gewerkt gaat worden.

Terug naar NaNoWriMo, ofwel: National Novel Writing Month. In de maand november gaan wereldwijd talloze mensen schrijven aan een nieuwe roman. De bedoeling is dat je elke dag een bepaald quotum aan woorden haalt en dat je dan in een maand tijd de eerste versie van je roman af hebt. En ja, ik heb natuurlijk ideeën genoeg (te veel?), ik zou wat dat betreft zo kunnen beginnen. In mij woedt een hevige strijd tussen het soms zo akelige verstand en het soms zo naïeve gevoel. Misschien dat ik een eigen versie van NaNo ga doen, al moet ik dan echt alleen ploeteren, zonder steun van mede-NaNo-ers… Ik twijfel nog even door.

Stormvloed uit het stof

Nu mijn wedstrijd-kinderverhaal de deur uit is, Goliath door een geïnteresseerde uitgever (jubel-joechei!) gelezen wordt en ‘Marein’ bij twee proeflezers ligt, heb ik even tijd om lekker met Stormvloed bezig te zijn.
En ja hoor, meteen struikelde ik twee keer op een dag.

De eerste keer omdat ik geen keuze kon maken uit de verschillende schrijfperspectieven. Zowel het alwetend perspectief als wisselend personaal-perspectief hadden allebei voor- en nadelen. Uiteindelijk heb ik met behulp van een hoofdstukindeling (had ik ook nog nooit eerder gedaan) bepaald dat ik voor het wisselend personaal ga en dat kwam nog supergoed uit ook!

Het tweede struikelpunt was dat ik besloten heb om dit manuscript in een ruk door te schrijven. Normaal ga ik na een hoofdstuk – of zelfs nog eerder – al met herschrijven beginnen. Eindeloos kan ik prutsen op zinnen en woorden, de boel weer omgooien en terugzetten. Leuk om te doen hoor, maar met het verhaal schiet het dan natuurlijk niet op. Dat vroeg om drastische maatregelen, vandaar dat ik nu helemaal niet meer tussendoor mag herschrijven; eerst moet de eerste versie staan. Goed, na de eerste 500 woorden had ik al spijt. 😉 Maar ik heb me aan mijn afspraak gehouden, goed hè?

Nog een afspraak die ik met mezelf heb gemaakt is dat ik vijf dagen per week 500 woorden aan Stormvloed moet schrijven. Dat moet te doen zijn naast mijn andere bezigheden en zo blijf ik lekker in het verhaal. Grote, belangrijke punten in het verhaal moet ik eerst nog ‘researchen’, andere dingen zoek ik op als het verhaal staat.

Proeflezers

Op twitter en facebook jubel ik wel vaker over ze: proeflezers! Zonder mijn proeflezers zou het schrijven nog meer ploeteren zijn, dan het nu al vaak is. Sterker nog: zonder mijn proeflezers zou ik niet ver komen. Ik blijf het bijzonder vinden dat deze mensen uitgebreid de tijd nemen míjn manuscripten te lezen, grondig uit te pluizen en van commentaar te voorzien. Hele scènes die eruit moeten, onlogica in het verhaal, punten waar ik te snel ga, te onduidelijk ben, zinnen die niet lekker lopen, slordige taalfouten, verkeerd – of niet – geplaatste komma’s (een zwak punt van mij)… Alles wordt er genadeloos uitgehaald. Gelukkig maar!

Toegegeven: soms is het best een beetje pijnlijk als een stuk waarvan ik dacht dat het best aardig, nee eigenlijk best wel heel erg goed was, afgekeurd wordt. Dan zakt de moed mij in de schoenen en af en toe krijg ik zelfs de neiging alles te deleten en te stoppen met schrijven, maar als ik de feedback heb laten bezinken en ermee aan de slag ga, zie ik mijn verhaal sterker worden en dan komt mijn enthousiasme helemaal terug.

Er wordt vaak gezegd dat vrienden, familie en geliefden geen betrouwbare proeflezers zijn. Ze zouden alles wat je schrijft toch wel mooi vinden. Uh, uh, niet mijn man hoor… Die is streng, genadeloos, kritisch. Er zijn momenten dat ik ervan baal – kritiek van een geliefde komt harder aan dan kritiek van een collega – maar ergens weet ik wel dat hij gelijk heeft. Meestal in elk geval. 😉 Door zijn eerlijkheid geloof ik trouwens ook de complimenten die hij geeft.
Een van de manuscripten waar ik nu mee bezig ben, heeft hij gisteren gelezen. Terwijl ik best tevreden over het verhaal was, het stiekem best wel goed vond, had hij forse kritiek. O ja, goed geschreven was het wel en hij raakte zelfs af en toe ontroerd, maar de harde plotlijn was rafelig en de climax kwam niet over. Vanmiddag heb ik zijn feedback verwerkt en op één puntje na is het manuscript nu AF! En weet je? Ondanks mijn gesnotter (ik ben nogal verkouden) loop ik te stralen want het is enorm verbeterd, veel sterker geworden en de climax is terug.