Kinderboekenweek 2014

Eigenlijk heb ik een (grote) kinderboekenschrijfpauze. Niet omdat ik het niet leuk vind om voor kinderen te schrijven (integendeel!), maar omdat ik het druk heb met al mijn vrouwen. María, Esmee en mijn Zinloze vrouw. Daarna is het hoogtijd om de personages van ‘Droog‘ weer aan het werk te zetten, ik heb Stormvloed nog liggen en er komen vast binnenkort weer nieuwe verhaalideeën. Dat voel ik.

Maar ja, vandaag werd het kinderboekenweekthema voor 2014 bekend. Meestal vind ik die thema’s niet zo interessant en weet ik er al helemaal geen verhaal bij te verzinnen, maar volgend jaar is het thema ‘Feest’ en laat ik dat nou wél een vrolijk, lekker breed thema vinden. Bovendien heb ik een prentenboekverhaal liggen dat om een feestje draait en ligt het verhaal van ‘Lander‘ te wachten om herschreven en gelezen te worden en ook daarin staat een feest centraal. Zonde om die twee manuscripten te laten liggen als ze zo goed bij de kinderboekenweek passen, toch?

Ik ga maar eens naar illustraties voor het prentenboekverhaal (dat al af is) kijken. Zal ik ze zelf gaan tekenen? Of is er een illustrator die met mij wil samenwerken?
En ik ga mijn tijd wat efficiënter indelen zodat ik wat meer schrijfuren kan maken. Hup, Marije, dit blogje is nu wel klaar om te posten, dan kun jij verder aan je verhalen werken!

Ontrouw

Zal ik dan maar uit de kast komen? Zal ik het maar gewoon bekennen? Ik ga hartstikke vreemd. Inmiddels een week of drie en het bevalt me uitstekend. Ze heeft me verleid met duizend redenen om voor haar te kiezen. María. Mijn geweldige, lieve María. Ze heeft Esmee en de personages van Droog genadeloos doen verbleken met haar complexe persoonlijkheid. Niets herschrijven. Dit keer niet eerst mijn manuscripten af maken, maar haar verhaal moet verteld worden, het moet eruit.

Nu loop ik het risico over te komen als een schrijver die haar personages laat stikken. Misschien ten dele. Maar van ‘Esmee’ en ‘Droog’ heb ik veel geleerd. Ik heb er geen spijt van dat ik aan die manuscripten gewerkt heb en wie weet ga ik er ooit mee verder. Wat ik geleerd heb is o.a. dat ik me er nu nog meer van bewust dat ik geen plotschrijver ben. Mijn verhalen moeten vanuit de personages verteld worden, de gebeurtenissen zijn daaraan ondergeschikt. Mijn personages zijn ingewikkelde, soms onnavolgbare persoonlijkheden. Ze slepen je mee in hun verhaal. María Verdad is er weer zo een. Door haar ogen maken we kennis met Noa (haar lief) en Max (haar lief?). Wat is de werkelijkheid en wat is haar werkelijkheid? Misschien zal daar altijd twijfel over blijven bestaan.

Natuurlijk zal ik ook flink moeten worstelen met dit verhaal. Schrijven gaat niet vanzelf. Inspiratie wordt je niet op een gouden dienblaadje aangereikt en de tijden dat ik in een schrijfflow zit zijn maar enkele minuten op een heel verhaal. Toch geniet ik er enorm van dit verhaal te schrijven, deze personages te doorgronden en neer te zetten zodat ze de lezers net zo meeslepen als ze met mij gedaan hebben.

Mijn stijl

Tot een week geleden frustreerde het me enorm dat ik het weer niet voor elkaar leek te krijgen een verhaal te schrijven van roman-lengte. Telkens bleek ik rond de 40.000 woorden (omgerekend ongeveer 140 boekpagina’s) wel uitverteld te zijn.
Onder andere na feedback van een proeflezer en een gedachtewisseling met mijn man, zie ik in dat het bij mijn stijl hoort: verhalen met de lengte van een novelle, met vaart en fragmentarisch geschreven.

Maar wat karakteriseert nog meer mijn manier van schrijven?
Het plot is bij mij meestal ondergeschikt aan de personages, in elk geval zijn de karakters aanwezig ruim voordat ik het hele verhaal ken. Bij voorkeur vertel ik vanuit verschillende perspectieven en aan uitgebreide sfeerbeschrijvingen doe ik niet. Zo heb ik in ‘Esmee’ een belangrijke liefdesscène neergezet in 65 woorden. En nee, het was geen vluggertje, zoals sommige collega’s grapten. 😉
Natuurlijk is de omgeving en de sfeer erg belangrijk, ook in mijn verhalen. Maar die worden neergezet door de ogen van de personages, door hun handelen en niet door mij als schrijver.
Realistisch schrijven is niet mijn sterke kant. Dat wil zeggen: de realiteit moet wel kloppen, maar is de achtergrond van de belevenis van de personages.

Steeds beter leer ik mijn zwakke punten ombuigen naar sterke punten en ontdek ik mijn eigen schrijfstijl.

Woordbraken en andere tips

Na een paar dagen niet geschreven te hebben – druk met kinderen, achterstallig huishouden en de zoektocht naar een nieuwe bakfiets – was ik helemaal uit het verhaal. Esmee was ver weg en ik kon niet bij haar in de buurt komen, laat staan in haar hoofd kruipen,  of zij in de mijne.
Toch wilde ik verder, móest ik verder. Behalve dat ik ontwenningsverschijnselen kreeg van het niet schrijven (bij mij uit zich dat vooral in een enorme onrust en gechagrijn), moet dat verhaal een keer af.
Een aantal dingen die mij hielpen om op gang te komen, wil ik jullie niet onthouden.

Om te beginnen zonderde ik me af onder de douche en focuste me op Esmee en haar situatie. Door de rust en het stromende water lukte het me om opnieuw in het verhaal te komen.
Geen zin in een douche? Een fietstocht, wandeling, koken, werkt allemaal om het verhaal weer te laten stromen.

Een stukje in het ik-perspectief schrijven (dit verhaal is personaal geschreven) maakte dat ik me helemaal in kon leven in haar gedachtenwereld, gevoelswereld.

Woordbraken. Gewoon het document openen en schrijven. Boeit niet of het goede zinnen zijn, of je te veel herhaalt of de zinsopbouw telkens hetzelfde is, als je maar schrijft! Herschrijven komt later wel en dan kun je alles bijschaven en stukken schrappen. Ik kwam erdoor op gang en als ik de helft van die woorden uiteindelijk kan gebruiken is dat hartstikke mooi! En anders ben ik door dat gebraak in elk geval weer in die heerlijke schrijfflow gekomen.

Heb je ook schrijftips, deel ze vooral hieronder in het reactieveld!

Twijfel en geploeter

Schreef ik in mijn vorige blog nog enthousiast over mijn plan om stukken vanuit een ander perspectief te schrijven in Goliath en dat de inspiratiekraan open stond, nu twijfel ik weer flink. Ja, Masja heeft een eigen stem gekregen, ja, ik heb inmiddels een stukje geschreven vanuit dader-perspectief (leuk om te doen!), maar zijn het wel verbeteringen? Is het ondanks de eigen stem, niet meer van hetzelfde? Het schrijven gaat ook woordje voor woordje (maar zo ontstaan er ook zinnen en alinea’s, pepte iemand me heel lief op!)
Zucht! Waar is de schrijfflow als je ‘m nodig hebt? Waarom is schrijven de laatste tijd voornamelijk ploeteren, onzeker zijn, schrappen en piekeren?
Natuurlijk, ook dat hoort allemaal bij het proces. Maar wat zou ik graag weer eens lekker door willen schrijven, i.p.v. mezelf steeds een figuurlijke schop te moeten geven om aan de slag te gaan.
Waarom ik dan niet gewoon wat anders ga doen?
Heel simpel, omdat ik ondanks het gezwoeg er enorm van houd om verhalen neer te zetten, personages te creëren, na te denken over een goed plot. En ik kan mijn verhalen niet loslaten. Ze moeten verteld worden.
Verhaalideeën komen altijd aanwaaien, personages zíjn er gewoon, daar hoef ik weinig moeite voor te doen. Maar het uitwerken van het plot, het goed neerzetten van het verhaal kost bloed, zweet en tranen en heel veel douchebeurten. 😉
Voor er misverstanden ontstaan: zielig ben ik allerminst hoor! Laat mij maar zweten, wakker liggen en worstelen. Des te meer voldoening geeft het me als ik iets goeds heb neergezet! En stiekem houd ik er ook wel van!

Slikken en doorgaan (+fragment ‘Lander’)

Helaas. Geen Vlaams Filmpje voor mij. En heel eerlijk? Ja, ik moest best even heel hard slikken. Oké, nog eerlijker? Er kwamen ook even een paar traantjes. Ik wist dat er sterke concurrentie was, ik weet natuurlijk ook dat ik nog niet zo gek lang schrijf (ruim twee jaar nu) en heus, ik besef ook wel dat ik niet tot de top behoor. En toch, en toch was ik na hard werken over het verhaal van Lander erg tevreden.
Er waren al verschillende proeflezers overheen gegaan en ik bleef ermee worstelen. Totdat mijn man het verhaal las en het genadeloos fileerde. Auw! Dat deed pijn! Maar uiteindelijk kwam zijn feedback het verhaal ten goede. Ik wist eindelijk precies waar de schoen wrong en ik maakte het verhaal beter, af. Naar mijn idee, tenminste.

Nu moet ik gaan nadenken over wat ik met Lander wil doen. Het is een kort verhaal, zo kort dat een gewone uitgever het waarschijnlijk niet zal accepteren. Ga ik het zelf uitgeven? En hoe? Als e-book (botst met de doelgroep) of als papieren boek (duurder). Zal ik er een magisch verhaal bij schrijven en de verhalen samen naar een uitgever sturen? Publiceer ik het gewoon hier, op mijn blog? Ik weet het even niet.

Verhaal in het kort:
Het verhaal begint als Lander zijn oma gaat belt om te vragen of hij langs mag komen. Zijn oma krijgt hij niet aan de telefoon, wel een onbekende man. Onbekend? Of iemand die hij eigenlijk wel heel goed kent?
Dit is het begin van een bizar verhaal. Heeft Lander de macht om een gebeurtenis in de toekomst terug te draaien en daarmee het leven van zijn oma te redden?

Fragment:
Na een vreemd telefoongesprek voelt Lander zich ziek worden. Zijn moeder stuurt hem naar bed.
Lander trekt een dikke pyjama aan en kruipt diep onder de deken in de hoop het wat warmer te krijgen.
Hij is zich er nauwelijks van bewust dat zijn moeder even later bij hem komt. Vaag vangt hij wat gemompelde woorden van haar op ‘dokter bellen’ en ‘hartstikke ziek’. De deur die dicht gaat, veroorzaakt een onaangename tocht. Rillend kruipt hij dieper onder de deken. Zijn hoofd bonkt, het is alsof iemand met schuurpapier zijn keel aan het bewerken is en zijn ogen voelen loodzwaar en branderig. Half wakker, half slapend heeft hij koortsachtige dromen waarin hij verandert in een volwassen man met een baard die steeds langer wordt, totdat hij eruit ziet als Sinterklaas, maar dan met een spijkerbroek aan in plaats van een mantel. Als in een stripverhaal plopt de Sinterklaas-achtige Lander weg en zit hij weer aan de telefoon met de andere Lander Lowe, maar nog voor hij iets kan zeggen, schudt zijn moeder hem wakker.
“Lander, even wakker worden, jongen. De dokter wil je onderzoeken,” fluistert ze in zijn oor. Het volgende moment trekt iemand behoorlijk ruw de deken van hem af. Lander wil schreeuwen dat hij het koud heeft, maar er komt niet meer dan een zielig piepgeluidje uit zijn keel.
“Rustig maar, mannetje.”
Lander kijkt op naar zijn moeder, maar haar gezicht is niet meer dan een bleke maan. Snel sluit hij zijn ogen weer, de felle lamp doet zijn hoofd nog harder bonken. Zijn pyjama wordt omhoog getrokken.
“Auw!”
Een onverwacht koude metalen knop tegen zijn borst.
“Nu even rustig inademen,” zegt de kalme stem van de huisarts. “Goed zo, en nu weer uit. Herhaal dat maar een paar keer.”
Terwijl hij ingestopt wordt, glijdt hij alweer weg in een onrustige slaap.

 

Jaardoelen

Het eerste blogje van 2013. Daar horen mijn beste wensen bij voor mijn bloglezers: dat het maar een mooi schrijf- en leesjaar mag worden!
Natuurlijk heb ik ook nagedacht over mijn schrijfdoelen voor dit jaar en ik ben er inmiddels uit. 😉
Dit jaar wil ik in elk geval twee boeken uitgeven, waarvan één bij een reguliere uitgever en één in eigen beheer. Waarschijnlijk als e-book of een combinatie van papieren versie op aanvraag en een (goedkoop) e-book.
Daarnaast wil ik minimaal twee manuscripten af krijgen. Dat moet lukken! Ik ben nu Goliath aan het fine tunen en hoop dat verhaal in februari af te hebben. Verder werk ik hard aan Loslaten en ik hoop dat manuscript eind van het jaar definitief af te hebben. Het om-schrijven van de derde persoon naar eerste persoon is een hele klus, maar wel een fijne klus!

Wat ligt er verder nog op mijn schrijfplank?
Marein/Grenzeloos-> YA-verhaal, moet alleen nog redactioneel nagekeken worden.
Perspectief -> jeugdverhaal. Ligt bij een enthousiaste uitgever. Even wachten op definitief oordeel.
Stormvloed -> historisch verhaal, ligt nu stil, moet ik nog veel research voor doen, voordat ik eraan kan schrijven.
Prentenboekverhaal van Job en de eik -> ik heb twee verhaaltjes naar een illustratrice gestuurd. Afwachten of zij het wat vindt en er wat mee kan.

En dan komt deze maand de uitslag van de John Flandersprijs (Vlaamse Filmpjes), waar ook een kinderverhaal van mij ligt. En ergens in een stoffig hoekje op mijn pc staat een thrillerverhaal. Ooit schreef ik er al 30.000 woorden aan, nu ligt het al jaren stilletjes te wachten tot ik daar tijd (prioriteit) voor heb. Met alles wat ik inmiddels bijgeleerd heb, verwacht ik dat ik daar nog heel wat werk aan heb.
Genoeg te schrijven dus en voorlopig mag ik van mezelf niet aan iets nieuws beginnen. Een beetje jammer vind ik dat wel, want het is erg leuk om nieuwe personages te leren kennen en stapje voor stapje een plot te ontvouwen.
Maar sinds ik mijn focus op één werk tegelijk houd, werk ik stukken efficiënter, en nog belangrijker: ik zit veel dieper onder de huid van mijn personages. Dat houd ik dus zo.