Douche-praat

Eerder schreef ik al een blogje over mijn schizofrene neigingen onder de douche. Gisteravond was het weer zo ver. Omdat ik de laatste dagen een beetje vast zit met María, werd het tijd met haar in gesprek te gaan. Onder de douche – de beste plek om samen met mijn personages te zijn – hadden we een mooi, open gesprek. Ik weet wat er in de brieven staat die zij niet wilde lezen. Zij weet dat ze naar mij toe het beste open kan zijn omdat ik anders haar verhaal niet volledig kan opschrijven. Maar ze heeft het moeilijk! Ik ook een beetje, want zij heeft voor zichzelf nog niet eens helder wat ze gaat doen, dus daar kan ze mij ook niets over zeggen. Tijd. Het kost gewoon tijd. En laat geduld nou niet mijn sterkste eigenschap zijn… Gelukkig ben ik wel een beetje op weg geholpen en kan ik de komende week wel vooruit met schrijven. Nu maar hopen dat zij in de tussentijd op een rijtje zet wat ze wil gaan doen. Of ben ik degene die dat op een rijtje moet zetten? 😉

Fragmentje uit het verleden van María:

Mijn vader kucht drie keer. Een slecht teken.
‘Luister naar je vader, María-mia.’
Ik huiver en bevind me vijf tellen in een vacuüm tussen mijn gelukkige leven met mijn ouders en Máximo, en het donderende geraas van het grote onbekende.
Vader kucht weer. Drie, twee, een.
‘Je weet, María -‘
Ja, ik weet. Ik weet dat ze van me houden, me geen pijn willen doen, het allerbeste-en-nog-beter voor me willen en dat ze er natuurlijk helemaal niets aan kunnen doen dat ze toch…

 

 

En nog een fragmentje:

De geluiden van het woud maken me onrustig. Geritsel, een brekende tak. Ik houd mijn adem in en ondanks de drukkende warmte kruipen er koude rillingen over mijn lijf.
‘Marí!’
Mijn hart stopt, definitief.
‘Ik dacht al dat je hier zou zijn. Het hele dorp zoekt je.’
Met een gierend geluid adem ik alle schrik eruit. Ik leef nog. Denk ik. Met een onderdrukte snik duik ik in de armen van Máximo.

Natuurlijk weet ik wel dat ik het zelf ben die de personages bedenkt, die het verhaal neerzet. Maar voor een groot deel gaat het zo onbewust dat ik dus hele gesprekken kan hebben met de karakters alsof het echte mensen zijn. Er zullen schrijvers zijn die het vervelend vinden de touwtjes niet volledig in handen te  hebben, er zullen schrijvers zijn bij wie het ook zo werkt als bij mij. Ik vind het in elk geval een prettige werkwijze. Eerst wilde ik die veranderen, gewoon omdat het anders ‘hoort’. Inmiddels weet ik beter. Ik mag gewoon mijn eigen schrijfwijze, mijn eigen schrijfregels hebben en schrijven in mijn stijl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s